Afzien deelname aanbesteding leidt tot rechtsverwerking

woensdag, 31 juli 2013

Op 30 juli 2013 is door Hof Amsterdam in een lezenswaardig arrest geoordeeld dat een partij die afziet van deelname aan een aanbestedingsprocedure, omdat zij niet binnen de kaders van de opdracht met de aanbesteder wil samenwerken, haar recht heeft verwerkt om op te komen tegen het resultaat van die aanbesteding. 

Duosport verzorgt sinds haar oprichting in 1990 schaatslessen op de Jaap Edenbaan te Amsterdam. Bij brief van 23 december 2011 heeft de exploitant van de Jaap Edenbaan, Stichting Jaap Eden (‘Stichting’), laten weten dat de contracten met Duosport per 30 april 2013 eindigen en dat een aanbestedingsprocedure plaats zal vinden voor het verzorgen van schaatslessen in de periode daarna.

Duosport heeft afgezien van deelname aan de aanbestedingsprocedure, omdat zij zich niet kan vinden in het door de Stichting gekozen samenwerkingsmodel. Op 25 maart 2013 heeft de Stichting bekend gemaakt dat zij de opdracht heeft gegund aan De Schaatsschool.

Volgens Duosport voldoet de inschrijving van De Schaatsschool niet aan alle eisen uit de aanbestedingsdocumentatie. Dit is voor Duosport reden om een kort geding te starten. Bij tussenvonnis van 1 mei 2013 oordeelt de voorzieningenrechter met Duosport dat de Stichting ten aanzien van De Schaatsschool de regels met betrekking tot het aantonen van financiële en economische draagkracht en de referentieverklaringen niet correct heeft nageleefd, zodat zij onrechtmatig heeft gehandeld door de opdracht te gunnen aan De Schaatsschool.

De Stichting is in hoger beroep met acht grieven opgekomen tegen de beslissingen van de voorzieningenrechter. Grief 7 richt zich tegen de beslissing van de voorzieningenrechter dat geen sprake is van rechtsverwerking en Duosport een rechtmatig belang heeft bij haar vorderingen.

Oordeel van het Hof

Het Hof stelt voorop dat in deze kwestie aan twee omstandigheden bijzondere betekenis toekomt. Ten eerste staat niet ter discussie dat de overeenkomsten tussen de Stichting en Duosport op 30 april 2013 rechtsgeldig zijn geëindigd. Verder heeft Duosport bij herhaling en publiekelijk bekend gemaakt dat zij de aanbestede opdracht niet wenste, omdat zijn het samenwerkingsmodel dat de Stichting had gekozen verwierp en dat zij om die reden had afgezien van deelname aan de aanbestedingsprocedure.

Anders dan de voorzieningenechter in eerste aanleg oordeelt het Hof dat Duosport geen (in rechte te respecteren) belang heeft bij heraanbesteding. Het gegeven dat Duosport niet binnen de kaders van de opdracht met de Stichting wil samenwerken, maakt volgens het Hof dat Duosport haar recht heeft verwerkt om op te komen tegen het resultaat van de aanbesteding. Dit arrest maakt de weg vrij voor  De Stichting om uitvoering te geven aan de met De Schaatsschool gesloten overeenkomst.

Commentaar

De schaatssport levert deze zomer aardige bijdragen aan de aanbestedingspraktijk. De onderhavige kwestie is misschien minder spraakmakend dan de nationale discussie Icedome vs. Thialf, maar voor de aanbestedingspraktijk niet minder relevant. Het oordeel van het Hof dat een partij, die afziet van deelname aan een aanbestedingsprocedure omdat de opdracht haar niet aanstaat, haar recht heeft verwerkt om het resultaat van die aanbesteding ter discussie te stellen, lijkt mij rechtens juist.