Afschaffing stamrechtvrijstelling per 1 januari 2014 en anticipatie-wetgeving

donderdag, 31 oktober 2013

In het huidige belastingregime kunnen werknemers er voor kiezen om een ontslagvergoeding ‘bruto’ te laten storten in een stamrecht-BV, of in bepaalde door banken en verzekeraars aangeboden stamrecht-producten (denk aan lijfrentepolissen, goudenhanddruk-rekeningen etc.). In de Wet op de Loonbelasting is bepaald dat over die vergoeding geen loonheffing hoeft te worden ingehouden door de werkgever, mits de vergoeding en gekozen voorziening voldoet aan de door de in artikel 11 lid 1 sub gestelde voorwaarden. 

Voor de werknemer heeft een storting in een stamrecht het voordeel dat er rente-aanwas over het bruto-bedrag plaatsvindt, en dat hij pas belasting hoeft te betalen op het moment dat de periodieke uitkeringen (ter vervanging van gederfd of te derven loon) worden uitbetaald.

Per 1 januari 2014 wordt deze stamrechtvrijstelling voor ontslagvergoedingen afgeschaft, waardoor een werknemer direct belasting moet betalen over zijn ontslagvergoeding (of beter gezegd: de werkgever die bij de uitbetaling inhoudt), vaak tegen progressief tarief (1*). De achterliggende reden hiervoor zal duidelijk zijn: Er vloeit meer belasting in de staatskas.

Daarnaast bevatten de plannen van de overheid een aantal maatregelen om te bevorderen dat geld dat nu ‘vast staat’ weer in omloop komt, en te stimuleren ‘dat mensen meer ruimte en vrijheid krijgen om over hun vermogen te beschikken’ (lees: geld gaan uitgeven).  Door onder andere de mogelijkheden om belastingvrij te schenken aanzienlijk te verruimen (tot € 100.000,= zolang de schenking door de ontvanger maar wordt aangewend voor diens woning), wordt getracht de woningmarkt en economie een boost te geven. Verder kunnen werknemers die hun ontslagvergoeding in een stamrecht hebben laten storten ervoor kiezen om die voorziening in 2014 versneld en fiscaal voordelig in één keer aan zich te laten uitkeren. Bij zo'n uitkering geldt er een korting van 20%. Er wordt alleen over de resterende 80% van het stamrecht belasting geheven (zgn. 80%-regeling).

In de Miljoenennota (p.77) is daar o.a. het volgende over opgenomen:

16. Stamrechten

a. Fiscale stimulering vrijval stamrechten 
Vanaf 1 januari 2014 wordt het voor bestaande stamrechten mogelijk gemaakt om de volledige aanspraak bij banken, verzekeraars of bij een stamrecht BV in één keer op te nemen. Deze aanspraak wordt niet volledig, maar voor slechts 80 procent betrokken in de inkomstenbelasting.

b. Beëindigen fiscale faciliëring voor nieuwe gevallen 
De stamrechtvrijstelling voor nieuwe ontslagvergoedingen wordt per 1 januari 2014 afgeschaft. Dit houdt in dat nieuwe ontslagvergoedingen in het jaar dat de belastingplichtige deze ontvangt van de werkgever volledig in de heffing wordt betrokken, tegen het reguliere tarief in de inkomstenbelasting.

Deze voorgenomen wijzigingen zijn neergelegd in een wetsvoorstel (2*) dat een politieke meerderheid lijkt te hebben. Naar aanleiding van vragen van politieke partijen en om anticipatie-effecten te voorkomen, heeft staatssecretaris Weekers het wetsvoorstel op 18 oktober jl. aangepast en daarin opgenomen dat voor de toepassing van de zgn. 80%-regeling nodig is de werkgever het ter financiering van het betreffende recht op periodieke uitkeringen verschuldigde bedrag  vóór 15 november 2013  heeft overgemaakt. 

Deze aanpassing (betaling voor 15 november) is alleen van toepassing op de fiscale stimuleringsregel voor stamrechten die ineens worden aangesproken in 2014. Voor het overige geldt dat bestaande aanspraken worden gerespecteerd, en er tot 31 december 2013 nog wel stamrechtvoorzieningen kunnen worden afgesloten. 
Het is echter nog niet helder hoe de Belastingdienst aankijkt tegen de situatie dat de ontslagvergoeding vervroegd (d.w.z. op een datum gelegen vóór de ontslagdatum) wordt uitbetaald in het stamrecht. Werkgevers en werknemers doen er aldus goed aan om deskundig advies in te winnen bij de uitvoering van reeds getroffen of nog te treffen beëindigingsregelingen, waarbij de ontslagdatum is gelegen na 31 december 2013, maar nu -in verband met de afschaffing van de vrijstelling- wordt verzocht om de vergoeding nog dit jaar in een stamrecht uit te betalen.

________ 

(1*) De nadelige gevolgen van de progressieve heffing over de ontslaguitkering kunnen eventueel worden verzacht door de zgn. middelingsregeling van de Belastingdienst (waarbij gekeken wordt naar het gemiddelde inkomen over drie opeenvolgende kalenderjaren). 

(2*) Nr. 33 752: wijziging van enkele belastingwetten

Auteur