AFM publiceert "Leidraad voor Aandeelhouders" in het kader van meldingsplichten op grond van de Wft

donderdag, 19 januari 2012

De Autoriteit Financiële Markten (“AFM”) heeft in januari 2012 de Leidraad voor Aandeelhouders (“Leidraad”) opgesteld, uit hoofde van hoofdstuk 5.3 van de Wet Financieel Toezicht ("Wft") en de daarin opgenomen meldingsverplichtingen van (onder meer) aandeelhouders in uitgevende instellingen. In deze bijdrage zullen wij kort stilstaan bij hoofdstuk 5.3 van de Wft en de relevantie van de Leidraad.

Achtergrond meldingsplicht

De Nederlandse regelgeving inzake meldingsplichten van aandeelhouders in (beurs)vennootschappen is van oudsher steeds gebaseerd op Europese richtlijnen. In 1991 werd in Nederland de "Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen" geïntroduceerd. Deze wet werd in 1997 opgevolgd door de "Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen 1996". De Europese richtlijnen waarop deze Nederlandse wetten waren gebaseerd zijn in 2004 vervangen door de "Transparantierichtlijn" (Richtlijn 2004/109/EG). 

Sinds 2007 is de Nederlandse wetgeving op het gebied van (onder meer toetreding tot en gedragsregels die gelden op) financiële markten en het toezicht daarop gebundeld in de Wft. De regels die zien op meldingsplichten voor (onder meer) aandeelhouders en uitgevende instellingen (die wij in het kader van dit artikel gemakshalve aanduiden als beursvennootschappen) zijn neergelegd in hoofdstuk 5.3 daarvan. Nadere regels worden gegeven in het "Besluit melding zeggenschap en kapitaalbelang in uitgevende instellingen".

Doel van de (huidige) regelgeving inzake meldingsplichten is om de transparantie in de zeggenschap en kapitaalbelangen in beursvennootschappen te vergroten, aldus de AFM.

Verplichtingen

Op grond van hoofdstuk 5.3 van de Wft dienen beursvennootschappen onder omstandigheden melding te maken bij de AFM van (onder meer) wijzigingen in hun aandelenkapitaal en wijzigingen in hun stemmen. Ook (onder meer) aandeelhouders van die beursvennootschappen dienen in bepaalde gevallen melding te doen bij de AFM wanneer - kort en sterk vereenvoudigd gezegd - een aandeelhouder een bepaald "drempelpercentage" over- of onderschrijdt met het aantal aandelen dat hij houdt in de beursvennootschap of het aantal stemmen dat hij kan uitoefenen.

In de verdere bepalingen van hoofdstuk 5.3 van de Wft, en in het Besluit melding zeggenschap en kapitaalbelang in uitgevende instellingen worden deze hoofdregels nader uitgewerkt.

Toegevoegde waarde Leidraad

De Leidraad vervangt de voorheen geldende “Voorlichtingsbrochure voor Aandeelhouders” van maart 2007 . Deze brochure functioneerde als een soort spoorboekje voor (onder meer) aandeelhouders in het kader van de eventuele op hen rustende meldingsplichten uit hoofde van de Wft. De nieuwe Leidraad bevat opnieuw een uitgebreide toelichting op de toepasselijkheid en uitleg van hoofdstuk 5.3 van de Wft en geeft ook enkele nieuwe regels.

Cash settled instrumenten

Omdat de toepasselijkheid van de meldingsplichten uit hoofde van de Wft op 1 januari 2012 is uitgebreid, heeft de AFM in haar Leidraad de brochure op een aantal punten gewijzigd en aangevuld. Deze uitbereiding houdt verband met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel 32 783 op voornoemde datum,  waarin óók voor bepaalde “cash settled instrumenten”, waaronder “equity swaps”, “cash settled call opties” en “geschreven put opties”, een meldingsplicht is geïntroduceerd. Deze “cash settled instrumenten” zijn steeds verbonden aan (onder meer) de onderliggende aandelen. Daarom zouden houders van deze instrumenten invloed kunnen hebben op de uitoefening van het stemrecht op die aandelen in de beursvennootschap. Hierdoor hebben ook zij thans een meldingsplicht wanneer hun kapitaalbelang een bepaalde drempel over- of onderschrijdt. In de Leidraad heeft de AFM toegelicht welke financiële instrumenten precies als “cash settled instrumenten” kunnen worden aangemerkt en hoe de door de toepasselijke drempelwaarden worden berekend.