Advies advocaat-generaal Timmerman: ondernemingskamer moet opnieuw oordelen over wanbeleid Meavita

vrijdag, 2 september 2016

Begin 2009 zijn enige onderdelen van het zorgconcern Meavita failliet verklaard. ABVAKABO FNV heeft daarna aan de ondernemingskamer van het Hof Amsterdam gevraagd om een onderzoek te laten instellen naar het beleid en de gang van zaken in dat concern. Dat rechterlijk college heeft dat verzoek ingewilligd. In augustus 2013 hebben de onderzoekers hun rapport over Meavita uitgebracht. Vervolgens heeft ABVAKABO FNV aan de ondernemingskamer verzocht om wanbeleid vast te stellen. Op 4 en 5 juni 2014 heeft de mondelinge behandeling van dat verzoek plaatsgevonden. De ondernemingskamer heeft bij beschikking van 2 november 2015 bepaald dat er inderdaad op diverse punten in het Meavita-concern van wanbeleid sprake is geweest. Daarbij heeft zij geoordeeld dat de onderzoekkosten van 1 miljoen euro in een bepaalde verhouding op bestuurders en commissarissen kunnen worden verhaald, omdat die bestuurders en commissarissen verantwoordelijkheid voor dat wanbeleid dragen. Een aantal van de bestuurders (zaak 16/00545) en commissarissen van Meavita (zaak 16/00551) hebben cassatieberoep tegen de beschikking van de ondernemingskamer aangetekend.

Voorgeschreven aantal rechters

De advocaat-generaal adviseert de Hoge Raad de beslissing te vernietigen. De bestreden beschikking van de ondernemingskamer vermeldt dat deze op 6 juni 2014 is “gegeven”. De uitspraak heeft pas op 2 november 2015 plaatsgevonden, dat wil zeggen bijna anderhalf later. De advocaat-generaal is (mede op grond van diverse eerdere uitspraken van rechterlijke colleges) van oordeel dat het geven van een beschikking of wijzen van een vonnis plaatsvindt wanneer alle rechters die over zaak beslissen zich met de uiteindelijke tekst van de uitspraak hebben verenigd. De advocaat-generaal acht het uitgesloten dat dit op 6 juni 2014 is gebeurd, onder andere omdat het doen van de uitspraak na 6 juni 2014 verschillende keren is uitgesteld (voor het laatst op 27 oktober 2015) en de desbetreffende uitspraak 191 pagina’s telt. In de zaak over Meavita levert het voorgaande een probleem op, omdat de voorzitter van de ondernemingskamer per 1 mei 2015 vanwege het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar zijn functie heeft neergelegd. Het gevolg hiervan is dat de Meavita-beschikking niet is tot stand gekomen met het voorgeschreven aantal rechters. Dit leidt naar het oordeel van de advocaat-generaal tot nietigheid van de wanbeleid-beschikking. 

Verhaal onderzoekkosten

Ook op een ander punt adviseert de advocaat-generaal de beschikking van de ondernemingskamer te vernietigen. De advocaat-generaal is van oordeel dat de ondernemingskamer haar oordeel over verhaal van de onderzoekkosten op bestuurders en commissarissen onvoldoende heeft gemotiveerd. De ondernemingskamer heeft niet voldoende uitgelegd welke persoonlijke verwijten zij ieder van de bestuurders en de commissarissen maakt. 

Mogelijk gevolg advies

Als de Hoge Raad het advies van de advocaat-generaal overneemt, dient de ondernemingskamer een nieuwe mondelinge behandeling van het wanbeleid-verzoek te houden en naar aanleiding daarvan een nieuwe beschikking te wijzen. 

Tenslotte

Een conclusie is een onafhankelijk, rechtsgeleerd advies aan de Hoge Raad die vrij is dat al niet te volgen. De advocaat-generaal is lid van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie.

bron: www.rechtspraak.nl

Klik hier voor de betreffende uitspraken: 

Auteur