ACM Signaal 2016: marktontwikkelingen op het gebied van overheid, energie & zorg

maandag, 21 maart 2016

In haar derde uitgave van het Signaal gaat ACM in op de maatschappelijke ontwikkelingen voor 2016 die zij van belang acht voor haar rol als toezichthouder. In het Signaal 2016 vraagt ACM specifiek aandacht voor de volgende onderwerpen: (1) overheid en markt; (2) energiesector; (3) gezondheidszorg. 

Concurrerende overheid

Overheden kunnen op verschillende manieren op de markt actief zijn: als ondernemer (bijvoorbeeld bij de exploitatie van grond) of via  invloed op private ondernemingen waarin staatsdeelnemingen worden gehouden (zoals de NS). In 2011 is de Wet Markt en Overheid (‘WMO’) ingevoerd om ervoor te zorgen dat overheden eerlijker gaan concurreren met het bedrijfsleven. De WMO bevat vier gedragsregels waaraan overheden zich moeten houden bij het verrichten van economische activiteiten. Eén van die gedragsregels is dat overheden ten minste de integrale kosten van hun goederen of diensten in hun tarieven moeten doorberekenen. In 2015 is deze wet door ACM geëvalueerd (zie onze eerdere blog). 

Uit de evaluatie bleek onder andere dat overheden op grote schaal proberen onder de werking van de wet uit te komen, door zich te beroepen op de uitzonderingsmogelijkheden. Overheden maken met name veel gebruik van de “algemeen belang” uitzondering. Door vast te stellen dat een activiteit plaatsvind in het algemeen belang, is de WMO niet van toepassing op die activiteit. ACM refereert aan deze ontwikkeling in het Signaal 2016. 

Volgens ACM leidt het massale beroep op de algemeen belang uitzondering er toe dat overheden hun activiteiten soms wel en soms niet onder gelijke concurrentieverhoudingen aanbieden. Wat in veel gevallen ontbreekt is een (kenbare) afweging tussen de voordelen van een concurrerend speelveld en de eventuele nadelen voor het algemeen belang dat gediend wordt met de overheidsactiviteit. ACM pleit dan ook voor duidelijke spelregels bij de keuze tussen overheid en markt.

Energie

Ontwikkelingen in de energiesector zijn sinds het eerste Signaal in 2014 een vast onderwerp. Dit jaar gaat het om vraagstukken op het gebied van investeringen in energie-infrastructuur, de tariefstelling voor transport en de leveringszekerheid. 

ACM onderstreept nogmaals het belang van een Europese aanpak om leveringszekerheid te garanderen. Het risico van onvoldoende beschikbaarheid van (back-up) capaciteit is toegenomen. In verschillende omringende landen zijn capaciteitsvergoedingen ingevoerd. In een dergelijk systeem ontvangen elektriciteitscentrales vergoedingen voor de beschikbaarheid van productiecapaciteit in aanvulling op de vergoedingen voor de daadwerkelijke levering van elektriciteit. 

Met de Europese Commissie is ACM kritisch ten aanzien van deze ontwikkeling. In plaats van vergoedingen, stelt ACM voor om nieuwe standaardproducten voor flexibiliteit van levering te introduceren die de leveringszekerheid moeten verbeteren (zoals bijvoorbeeld flexibele leveringstarieven, flexibele transporttariefstructuur of andere financiële prikkels om efficiënt gebruik van infrastructuur te bevorderen). 

Daarnaast vindt ACM dat  beslissingen over investeringen in infrastructuur voor elektriciteit, warmte en gas in samenhang genomen moeten worden, met oog voor de gevolgen daarvan voor het energiesysteem in zijn geheel (bestaande uit de elektriciteits-, gas- en warmtevoorzieningen). Aangezien investeringskosten (naar verwachting) hoog zijn en voor rekening van de gebruiker komen, is het volgens ACM van belang dat die investeringen worden gedaan op basis van grondige maatschappelijke kosten-batenanalyses. 

Zorg 

De signalering zorg van vorig jaar handelde met name over de positie van zorgverzekeraars. In de signalering van dit jaar staat voor wat betreft zorg het onderwerp ‘zelfregulering’ centraal. ACM ziet dat er meer zelfreguleringsinitiatieven in de zorg ontstaan. In veel gevallen beperken deze regels en initiatieven de concurrentie. 

ACM signaleert dat het mededingingsrechtelijk kader tekortschiet voor de beoordeling van kwaliteitsnormen in de zorg die zijn opgesteld via zelfregulering. Volgens ACM zijn dit medisch-inhoudelijke en politiek-maatschappelijke vraagstukken en niet (door ACM op basis van het mededingingsrecht) te objectiveren keuzes. Indien ACM de voordelen van kwaliteitsnormen niet (voldoende) kan verifiëren en zij daardoor een negatief besluit moet nemen in het belang van de mededinging, kan er een maatschappelijk onwenselijke situatie ontstaan als dit niet de beste uitkomst voor patiënt en verzekerde is. 

Om deze reden vindt ACM dat de wetgever de kaders moet geven waarbinnen zelfregulering door zorgpartijen kan plaatsvinden, zodat ACM daarmee de voordelen van zelfregulering kan toetsen. Ook wil ACM dat de uitkomsten van zelfregulering door de overheid worden getoetst en bekrachtigd in die gevallen waarin het niet mogelijk is op voorhand heldere kaders te geven. Met dergelijke bekrachtigde kwaliteitsstandaarden kan ACM beter de voordelen van bijvoorbeeld een concentratie opwegen tegen de nadelen voor de consument (patiënt).

Meer weten? Neem vrijblijvend contact op met Martijn Jongmans of Silvia Vinken.