Aansprakelijkheid baas voor letsel door opnemen telefoon

donderdag, 11 november 2010

Het hof Leeuwarden heeft op 29 juni 2010 uitspraak gedaan over de vraag of werkgever instructies had moeten geven voor bellen onder gevaarlijke omstandigheden dan wel dit had moeten verbieden. De kantonrechter heeft eerder geoordeeld dat werkgever niet in haar verplichtingen is tekortgeschoten om zorg te dragen voor een veilige werkplek. Het hof oordeelt, mede naar aanleiding van een deskundigenonderzoek, echter anders.

De feiten

Werknemer is in dienst van een bedrijf dat betonelementen fabriceert. Hij is productieleider en draagt zorg voor de uiteindelijke controle van het betonelement en geeft na deze laatste controle opdracht tot storting. In de meeste betonfabrieken worden geen wijzigingen meer doorgevoerd als de mal waarin het betonelement wordt gefabriceerd in productie is genomen.

Werknemer stelt dat hij te allen tijde zijn telefoon moest opnemen. Zo ook tijdens het verrichten van controles, omdat er nog geregeld 'last minute wijzigingen' per mobiele telefoon werden doorgegeven. Werknemer heeft de dag van zijn val ook de telefoon opgenomen tijdens zijn controle, waardoor hij arbeidsongeschikt is geworden.

De rechtsvraag is als volgt. Had werkgever in 2003 in de specifieke omstandigheden waaronder werknemer zijn werk moest doen aanleiding moeten zien om werknemer te verbieden de mobiele telefoon te gebruiken dan wel om hem te instrueren bij het gebruik van de mobiele telefoon extra alert te zijn.

Uitkomsten deskundigenonderzoek

Uit het deskundigenonderzoek is onder meer gebleken dat een combinatie van veel lawaai, gehoorbescherming, controle van het product en gebruik van de mobiele telefoon niet past bij elkaar. Het algemeen gebruik van een mobiele telefoon bij werkgever zou in het communicatiemiddelenverkeer wel als hulpmiddel kunnen dienen. Hierbij zou een werknemer die wordt gebeld alleen moeten afwegen of zijn toestel op bepaalde momenten wel 'aan' moet staan of bijvoorbeeld in de 'stil stand'.

De mening van deskundigen is dat mobiel telefoongebruik niet past in een productiesituatie. Naar het oordeel van het hof zijn er extra gevaren verbonden bij het gebruik van de mobiele telefoon bij de productie van betonelementen in vergelijking met het gebruik van de mobiele telefoon in het dagelijks verkeer. Het hof volgt hierin dan ook het oordeel van de deskundigen.

Oordelen grieven

Partijen verschillen niet van mening dat het voorkwam dat wijzigingen 'last minute', nog tijdens het verrichten van de controle, per mobiele telefoon werden doorgegeven. Naar het oordeel van het hof ligt het hierom in de rede dat werknemer zijn telefoon ook beantwoordde wanneer hij tijdens het controleren van een mal werd gebeld.

Het hof oordeelt dat werkgever werknemer had behoren te instrueren ten aanzien van het gebruik van de mobiele telefoon op de trilplaat door, tenminste, aan te geven dat hij zijn telefoon niet moest beantwoorden zolang hij zich op de trilplaat bevond. Het is een vaststaand feit dat werkgever op dit punt geen enkele instructie heeft verstrekt, zodat zij in haar zorgplicht jegens werknemer is tekortgeschoten. De grieven die zich keren tegen het oordeel van de kantonrechter dat werkgever betreffende het gebruik van de mobiele telefoon niet in haar zorgplicht is tekortgeschoten, slagen dan ook.

Voorts heeft werkgever naar het oordeel van het hof het bestaan van een causaal verband tussen het ongeval en de schending van haar instructieverplichting onvoldoende onderbouwd.

Oordeel hof

Het hof oordeelt dat werkgever vanwege een tekortkoming in de op haar rustende instructieverplichting betreffende het gebruik van mobiele telefoons op de werkvloer jegens werknemer aansprakelijk is voor de gevolgen van het hem overkomen arbeidsongeval.

Kortom, het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en verklaart voor recht dat werkgever aansprakelijk is voor de door werknemer geleden en nog te lijden schade. Het hof veroordeelt werkgever tot vergoeding aan werknemer van deze schade, nader op te maken bij staat en veroordeelt werkgever in de proceskosten.

www.rechtspraak.nl, LJN: BN0792

Anneloes de Graaf-Ardts, LL.B

Auteur