Aankondiging belastingplicht dividendbelasting voor coöperaties

dinsdag, 1 november 2016

Inleiding

Momenteel heerst een sterk toegenomen focus in Nederland op het tegengaan van (internationale) belastingontwijking. Dit is mede in gang gezet naar aanleiding van de Base Erosion Profit Shifting (‘BEPS’) rapporten, waarbij de OESO/EU trachten op supranationaal niveau belastingontwijking te bestrijden. Op 20 september 2016 is een brief van de Staatssecretaris van Financiën verschenen waarin een wijziging van de Wet op de dividendbelasting 1965 (‘DB’) wordt aangekondigd ten aanzien van de fiscale positie van zogenaamde houdstercoöperaties.

In deze alert gaan we nader in op de contouren van het voorstel en bespreken we de gevolgen voor de praktijk. In de brief is aangekondigd dat spoedig een wetsvoorstel zal volgen dat na goedkeuring op 1 januari 2018 in werking zal treden.

Coöperaties onder de huidige wetgeving

Op grond van de huidige DB zijn coöperaties niet onderworpen aan dividendbelasting, aangezien deze geen in aandelen verdeeld kapitaal kennen zoals  een N.V. of B.V., tenzij er sprake is van misbruik. Al eerder heeft het kabinet aangegeven dat er geen grond bestaat voor dit verschil in behandeling tussen coöperaties enerzijds en N.V.’s en B.V.’s anderzijds. Het voorstel is dan ook, mede naar aanleiding van BEPS, in lijn met de verwachtingen.

 
Vanwege de huidige fiscale behandeling van coöperaties, worden deze vehikels veelvuldig gebruikt in internationale structuren. Zonder toepassing van een belastingverdrag kunnen dividenden door een coöperatie belastingvrij worden uitgekeerd aan in het buitenland gevestigde
aandeelhouders.

Dit in zowel reële als, vanwege de complexiteit van deze gevallen, ook in kunstmatige structuren. De staatssecretaris wil voor de laatstgenoemde categorie een belastingplicht creëren voor de DB.                

Wat gaat er veranderen?

Om oneigenlijk gebruik van coöperaties in internationale structuren tegen te gaan, heeft de Staatssecretaris van Financiën aangekondigd ‘houdstercoöperaties’ (houden van deelnemingen, beleggen van vermogen en financieren van verbonden lichamen) onder de werking van de DB te brengen. Er wordt een inhoudingsplicht voor dergelijke coöperaties voorgesteld, indien en voor zover het lid van een houdstercoöperatie een belang heeft van 5% of meer. In dergelijke gevallen worden de lidmaatschapsrechten van een coöperatie voor de heffing van dividendbelasting gelijkgesteld met aandelen. Zoals het er nu naar uitziet kan voor zogenaamde deelnemingsdividenden in ondernemingsstructuren (alsdan geen misbruik c.q. kunstmatige constructies) een inhoudingsvrijstelling voor coöperaties gelden, aangenomen dat Nederland een belastingverdrag heeft gesloten met het land waar het lid is gevestigd.

Wat kan er nu reeds worden gedaan?

Ook al is er thans geen concreet wetsvoorstel, noch een nadere toelichting op het voorstel voorhanden, het doel van de voorgestelde wetswijziging is duidelijk: met uitzondering van deelnemingsdividenden in ondernemingsstructuren waarbij tevens een belastingverdrag geldt, worden dividenduitkeringen van houdstercoöperaties onderworpen aan dividendbelasting (tarief: 15%). Ons advies is vroegtijdig structuren waarin een houdstercoöperatie wordt gebruikt tegen het licht te houden en te bekijken of de voorgestelde wijziging tot belastingplicht voor de coöperatie zal leiden. Indien dit het geval is, dient bekeken te worden of fiscaal nadeel voorkomen of beperkt kan worden. Wij staan tot uw beschikking, indien gewenst met alternatieve structuren.



Het moge duidelijk zijn dat het bovenstaande is gebaseerd op de thans beschikbare, beperkte informatie.

 

Klik hier om een pdf van deze publicatie te downloaden.