Aanbestedingsrecht: gelijkwaardigheidsbeginsel ISO certificaat

donderdag, 20 augustus 2015

Het gelijkwaardigheidsbeginsel houdt in dat van een geschiktheids- of prestatie-eis mag worden afgeweken, mits in alternatieve maatregelen wordt voorzien die leiden tot een niveau dat vergelijkbaar is aan het kwaliteitsniveau dat met de eis wordt beoogd. In een recent vonnis paste de voorzieningenrechter te Maastricht het gelijkwaardigheidsbeginsel toe op ISO certificaten.

Het Academisch Ziekenhuis Maastricht (“AZM”) hield een openbare Europese EMVI-aanbesteding voor levering, installatie en onderhoud van een Beeldmanagementsysteem voor 12 operatiekamers. De overeenkomst zou 10 jaar lopen. In het Programma van Eisen had het AZM negen vragen opgenomen omtrent uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen. Onder meer moesten inschrijvers voldoen aan de ISO 9001:2008 norm.

Mpluz beschikte niet over het vereiste ISO certificaat. Echter zij wist het AZM er wel van te overtuigen dat zij vergelijkbare kwaliteit leverde.

AZM besloot tot voorgenomen gunning aan Mpluz. Daarop startte Boro een kort geding. Zij vorderde primair intrekking van de voorgenomen gunningsbeslissing en definitieve gunning aan haar, op straffe van een dwangsom ad EUR 500.000, met kosten. Boro klaagde onder meer dat Mpluz niet over het vereiste ISO certificaat beschikte. Een dergelijk bewijs van kwaliteit kon volgens Boro alleen maar worden verkregen door middel van externe audits. Mpluz voldeed dus niet aan de ISO 9001:2008 norm, althans van externe audits was bij haar inschrijving niet gebleken.

Vonnis: aanbestedende dienst mag gelijkwaardigheid toetsen

In de aanbestedingsleidraad was geen expliciete procedure opgenomen voor het beoordelen van gelijkwaardigheid. De wijze van beoordelen en het oordeel daarover was daarom aan het AZM. De rechter zag noch in de Aw, noch in de Europese Richtlijnen, noch in de jurisprudentie aanwijzingen dat een dergelijke beoordeling door de aanbestedende dienst verplicht uitbesteed moet worden aan een externe auditor.

Meer in het bijzonder was het niet zo dat alleen een ISO-gecertificeerde instantie, althans een externe auditor, de gelijkwaardigheid zou mogen beoordelen. Het AZM mocht dat intern laten beoordelen. Dat beeld werd ook bevestigd door de website van het ISO, dat toetsing door externe auditors niet altijd verplicht leek te stellen.

Commentaar

Deze uitspraak ligt in lijn met andere uitspraken. In het algemeen krijgt de aanbestedende dienst van de rechter veel ruimte om zelf aan ‘gelijkwaardigheid’ te toetsen.

Het wordt in dit vonnis niet duidelijk of is gesteld dat de interne beoordeling door het AZM aan bepaalde eisen moest voldoen (vgl. r.o. 4.7). Dat had Boro mogelijk nog soelaas geboden. Want zelfs als wordt aanvaard dat een aanbestedende dienst intern mag toetsen of het kwaliteitssysteem van een inschrijver gelijkwaardig is aan een ISO certificaat, staat daarmee nog niet vast hoe die interne toetsing dan moet plaatsvinden. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de interne beoordelaar niet deskundig genoeg is om inhoudelijk aan een ISO certificaat te toetsen.

Bij onduidelijkheid over de interne beoordeling verdient het daarom aanbeveling in de inlichtingenfase vragen hierover te stellen. Anders verliest een gegadigde mogelijk het recht daarover in een latere fase nog te mogen klagen.