Kennisbank

Gevolgen opzegging B2B duurovereenkomst

Geschreven door Banning | 19-feb-2026 9:30:24

Inleiding

Een zorgvuldige formulering van B2B-contracten is belangrijk. Bij duurovereenkomsten komt het geregeld voor dat een duidelijke en goede opzeggingsregeling ontbreekt of één van partijen die verkeerd interpreteert. Ik bespreek in dit verband hierna een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 20 januari 2026.

De feiten

Mobiel Reklame B.V. stelt kosteloos auto’s die van reclame-uitingen zijn voorzien aan instellingen ter beschikking. Na verloop van vijf jaar worden de auto’s door Mobiel Reklame ingenomen en verkocht. X B.V. houdt zich bezig met de handel in en reparatie van auto’s. 

Tussen Mobiel Reklame en X B.V. bestond een langdurige samenwerking, waarbij X B.V. auto’s kocht die Mobiel Reklame eerder aan instellingen ter beschikking had gesteld. X B.V. handelde daarbij met de instellingen of hun verzekeraars schades aan de auto’s af en verrichtte verschillende werkzaamheden aan de auto’s, waarna zij deze weer verkocht. De praktijk was dat X B.V. vaak laat de facturen van Mobiel Reklame betaalde. 

De afspraken over de samenwerking hebben partijen niet schriftelijk vastgelegd. In 2022 is er discussie tussen partijen ontstaan over de invulling van die afspraken en in het bijzonder het betalingsgedrag van X B.V. . Volgens X B.V. heeft Mobiel Reklame de duurovereenkomst vervolgens in 2023 onrechtmatig beëindigd. Zij heeft Mobiel Reklame aansprakelijk gesteld voor de schade die daarvan het gevolg is.

Opzegging

Of en, zo ja, onder welke voorwaarden een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan, opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud daarvan en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Als wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is. De eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is als daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat. Die eisen kunnen voorts in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.

Het oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat X B.V. een e-mail van Mobiel Reklame d.d. 15 mei 2023 - in samenhang met de verdere berichten en het uitblijven van een toelichting van de directie van Mobiel Reklame - heeft mogen opvatten als een opzegging door Mobiel Reklame van de duurovereenkomst.

Het hof is verder van oordeel, dat uitgangspunt is dat de onderhavige duurovereenkomst door Mobiel Reklame mocht worden opgezegd omdat die voor onbepaalde tijd was aangegaan, over opzegging niets was afgesproken en de wet daarover niets regelt. 

Naar het oordeel van het hof brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid hier mee dat een opzegtermijn in acht had moeten worden genomen. Daartoe zijn volgens het hof de volgende omstandigheden van belang.

Op het moment van opzegging werkten X B.V. en Mobiel Reklame in ieder geval al 22 jaar samen. Partijen zijn het erover eens dat die samenwerking in 2018 intensiever werd, doordat Mobiel Reklame vanaf dat jaar (zonder overeengekomen exclusiviteit) al haar voertuigen aan X B.V. verkocht. De praktijk was daarbij dat Mobiel Reklame eenzijdig de prijs bepaalde en dat X B.V. die koopprijs steeds accepteerde. Beide partijen hebben daarbij de situatie laten ontstaan dat betaling steeds later plaatsvond. 

Tot april 2023 waren er voor X B.V. geen aanwijzingen dat Mobiel Reklame de samenwerking zou willen beëindigen. In de periode vóór de opzegging zijn er nog zeven koopovereenkomsten tussen Mobiel Reklame en X B.V. gesloten. Partijen waren in gesprek om een oplossing te vinden voor de facturering aan en betaling door X B.V. 

X B.V. was voor zijn bedrijfsvoering in hoge mate afhankelijk van deze samenwerking met Mobiel Reklame. De rechtbank heeft aangenomen dat X B.V. de brutowinst voor meer dan de helft (51,4%) behaalde door de samenwerking met Mobiel Reklame. In hoger beroep is verduidelijkt dat het daarbij gaat om meer dan de helft van de brutomarge op tweedehands auto’s, met de kanttekening dat de verkoop van nieuwe auto’s voor X B.V. bijna nul is. Mobiel Reklame was het belangrijkste inkoopkanaal voor tweedehands auto’s en op haar auto’s konden (omdat het om goedkopere modellen ging en door schadeafhandeling) de hoogste marges worden behaald. 

Onweersproken is door X B.V. gesteld dat het niet eenvoudig is het weggevallen aanbod te compenseren in de huidige markt, waarin de vraag naar tweedehands auto’s veel groter is dan het aanbod. X B.V. had (heeft) dus tijd nodig om haar bedrijfsvoering te kunnen aanpassen. Uit een door X B.V. overgelegde impactanalyse volgt dat het met de onderneming niet goed gaat. Dat heeft verschillende oorzaken, maar onderstreept het belang van de samenwerking met Mobiel Reklame.

Daartegenover staat volgens het hof dat X B.V. geen investeringen in verband met de duurovereenkomst heeft hoeven doen die moesten worden terugverdiend. Ook heeft zij in belangrijke mate bijgedragen aan de reden van de opzegging door Mobiel Reklame. Door stelselmatig late betaling zag Mobiel Reklame zich geconfronteerd met een groeiende debiteurenpost. X B.V. was weinig transparant over de voortgang van de (schade)afwikkeling en doorverkoop, waardoor onduidelijk was wanneer er mocht worden gefactureerd en moest worden betaald. In april 2023 heeft Mobiel Reklame gevraagd om een update ten aanzien van de aan X B.V. verkochte auto’s. X B.V. heeft die update ten aanzien van deze met kenteken gespecificeerde auto’s gegeven. Na opzegging is uit informatie die X B.V. in verband met de schadevaststelling heeft verstrekt gebleken dat de update ten aanzien van sommige auto’s onjuist was. Meerdere auto’s waren - anders dan door X B.V. was meegedeeld - al doorverkocht, zodat in ieder geval daarvoor met Mobiel Reklame had moeten worden afgerekend. Tijdens de mondelinge behandeling heeft X B.V. toegelicht dat deze auto’s ‘er doorheen zijn geslipt’ omdat het een hectische periode was. Dat is volgens het hof geen afdoende verklaring. Zeker tegen de achtergrond van de bij X B.V. bekende onvrede van Mobiel Reklame over de facturering en betaling, had van X B.V. een zorgvuldiger handelswijze mogen worden verwacht. Deze gang van zaken maakt volgens het hof duidelijk dat de onvrede van Mobiel Reklame over de samenwerking niet ongegrond was.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen is het hof van oordeel dat Mobiel Reklame een opzegtermijn in acht had moeten nemen en dat 6 maanden hier een redelijke opzegtermijn is. Het gaat om een voorlopig oordeel, omdat het hof aangeeft dat het een deskundige wil benoemen: Het kan zijn dat de uitkomst van het deskundigenbericht een ander licht werpt op de door X B.V. gestelde afhankelijkheid van de samenwerking met Mobiel Reklame en noodzaakt tot heroverweging van de lengte van de opzegtermijn.

Schadevergoeding

Omdat geen opzegtermijn in acht is genomen waar dat op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid wel had gemoeten, is volgens het hof Mobiel Reklame in haar verplichtingen jegens X B.V. tekortgeschoten en heeft X B.V. recht op schadevergoeding. Het hof sluit voor het bepalen van de hoogte daarvan aan bij de redelijke opzegtermijn. De tussen partijen bestaande praktijk zou in dat geval tussen partijen gedurende deze termijn zijn voortgezet. Het hof gaat uit van een opzegtermijn van 6 maanden. Het hof zal moeten vaststellen wat de hoogte is van de door Mobiel Reklame aan X B.V. te betalen schadevergoeding.

Het hof heeft daarvoor behoefte aan deskundige voorlichting, gebaseerd op de boekhouding van X B.V. over de periode 2018 tot en met 2022.

Na het deskundigenbericht zal het hof definitief beslissen over de redelijke opzegtermijn en de hoogte van de door Mobiel Reklame verschuldigde schadevergoeding.

Advies voor de praktijk

De hiervoor behandelde recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden illustreert dat het belangrijk is om in een B2B-duurovereenkomst (raamovereenkomst) een regeling op te nemen over opzegging. Die dient onder meer te regelen of en wanneer kan worden opgezegd (na verlenging) met inachtneming van welke termijn en wat de gevolgen zijn van de opzegging (o.a. (schade)vergoeding of juist niet, al dan niet doorleveren tijdens de opzegtermijn, het al dan niet kunnen plaatsen door partijen van (extra) opdrachten tijdens de opzeggingstermijn e.d.).

Maar let op: Een opzegregeling die bij het – aangaan – van de duurovereenkomst op orde is, kan door (gewijzigde) omstandigheden tijdens de looptijd van de duurovereenkomst in strijd komen met de eisen van redelijkheid en billijkheid. 

Wanneer u voornemens bent om een duurovereenkomst door opzegging te beëindigen, is het dus verstandig om vooraf advies in te winnen over de vraag of er mogelijk feiten en omstandigheden zijn die maken dat moet worden afgeweken van de overeengekomen opzegregeling, bijvoorbeeld door een langere opzegtermijn te hanteren en/of (schade)vergoeding aan te bieden.


Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of heeft u andere vragen, neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met Marc Janssen of andere leden van de sectie EU-Mededinging of Procedures & Geschillenbeslechting.