Heeft u wel eens in een situatie gezeten waarin u twijfelt of u een procedure wil aanspannen? U kunt een voorlopig getuigenverhoor instellen. Ik illustreer dat aan de hand van een recente uitspraak van de Rechtbank Overijssel (7 juli 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:4324)
Een voorlopig getuigenverhoor strekt ertoe belanghebbenden bij een eventueel naderhand bij de burgerlijke rechter aanhangig te maken geding de gelegenheid te bieden vooraf opheldering te verkrijgen omtrent de feiten, om hen in staat te stellen hun positie beter te beoordelen. Met name ook ten aanzien van de vraag tegen wie het geding moet worden aangespannen. Het voorlopig getuigenverhoor strekt er zodoende toe om, op betrekkelijk eenvoudige wijze en binnen afzienbare tijd, bewijs te verkrijgen van de feiten en stellingen die de belanghebbende aan de vordering(en) in de eventuele bodemprocedure ten grondslag wil leggen.
X heeft de rechtbank verzocht om een getuigenverhoor te bevelen. Aan het verzoek heeft X het volgende ten grondslag gelegd. X heeft met Y drie overeenkomsten gesloten. Y komt deze overeenkomsten niet na. X is voornemens een procedure te starten. X zal in de door haar beoogde procedure moeten bewijzen dat omstreeks juli 2020 een overeenkomst van schenking tot stand is gekomen, inhoudende dat Y voor X een woning zou kopen van € 450.000,00 althans een dergelijk bedrag ter beschikking zou stellen aan X voor de aankoop van een woning, onder de opschortende voorwaarde dat de affectieve relatie tussen X en Y om welke reden dan ook zou eindigen.
Verder zal X in de door haar beoogde procedure moeten bewijzen dat partijen zijn overeengekomen dat Y de spaarrekeningen van X steeds zal aanvullen tot een bedrag van € 97.000,02, ongeacht de aard van de uitgaven waarvoor Y haar spaarrekeningen moet aanspreken.
Tot slot zal X in de door haar beoogde procedure moeten bewijzen dat een overeenkomst van schenking tot stand is gekomen tussen Y enerzijds en X anderzijds, inhoudende dat Y de volledige kosten van de studie van de zoon van X zal voldoen en dat Y maandelijks aan die zoon een bedrag zal betalen van € 200,00 als bijdrage in de huur van de kamer. Deze overeenkomsten zijn niet schriftelijk vastgelegd. Daarom wenst X getuigen horen, om de door haar gestelde feiten te bewijzen.
Het verzoekschrift moet inhouden:
a. een kernachtige omschrijving van het geschil of de gebeurtenis waarop het verzoek betrekking heeft en de gronden van het verzoek
b. de aard en het beloop van de vordering
c. de naam en woonplaats van de wederpartij of de redenen waarom de wederpartij onbekend is.
Verder moet het verzoekschrift vermelden de namen en woonplaatsen van de personen die de verzoekende partij als getuigen wil horen.
De rechtbank stelt in deze zaak vast dat aan deze formele vereisten is voldaan.
Het verzoek voldoet dus aan de eisen van de wet en moet worden toegewezen tenzij:
- de informatie die wordt verlangd, niet voldoende is bepaald
- er onvoldoende belang bij het voorlopige getuigenverhoor bestaat
- het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor in strijd is met de goede procesorde
- er sprake is van misbruik van bevoegdheid of
- als er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen een voorlopig getuigenverhoor.
De rechtbank stelt voorop dat de toewijsbaarheid van de mogelijk door X in te stellen vorderingen niet ter toetsing voorligt bij dit verzoek om een voorlopig getuigenverhoor. De vorderingen en de waardering van het te leveren bewijs zullen onderwerp zijn van een eventuele inhoudelijke behandeling van het geschil. Daarom betrekt de rechtbank de argumenten van Y dat X haar voorgenomen vorderingen niet zal kunnen bewijzen middels het horen van de gevraagde getuigen en dat de verlangde informatie niet relevant is voor de in te stellen vorderingen, niet in haar beoordeling van het verzoek.
De rechtbank gaat eveneens voorbij aan het verweer van Y dat er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting. Y heeft volgens de rechtbank onvoldoende toegelicht waarom hij bij het toewijzen van het verzoek in zijn zakelijke contacten wordt beperkt.
Het verzoek wordt daarom toegewezen.
Mochten er twijfels zijn vóór het starten van een procedure, dan is het raadzaam om te onderzoeken of een voorlopig getuigenverhoor moet worden verzocht. U bent door de opheldering van feiten en omstandigheden beter in staat om uw rechtspositie te beoordelen en om in te schatten of het zinvol is om een procedure te starten. Ook kan de uitkomst van een voorlopig getuigenverhoor zodanig zijn dat er wèl een schikking met de wederpartij mogelijk is en gèèn bodemprocedure meer nodig is.
Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of heeft u andere vragen, neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met Marc Janssen of één van de andere leden van de sectie EU Mededinging.