Een partij die vaak dezelfde (soort) overeenkomsten sluit, hanteert bijna altijd algemene voorwaarden. Een algemene voorwaarde is een beding dat is opgesteld met als doel in meerdere overeenkomsten te worden opgenomen en dat niet de kern van de prestatie (meestal prijs en hoeveelheid) aangeeft. Of een beding een algemene voorwaarde is, hangt dus af van de inhoud van het beding en de bedoeling van gebruiker. De benaming is dan ook niet relevant (‘substance over form’). Wanneer een partij vaak dezelfde overeenkomst gebruikt, kan er dus ook al sprake zijn van algemene voorwaarden.
Een recente uitspraak van het Hof Amsterdam (2 juni 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1537) illustreert dat ook in een B2B-verhouding – vernietiging – van de algemene voorwaarden mogelijk is als de gebruiker daarvan niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen.
X en Y hebben een inleenovereenkomst gesloten voor de inzet van drie metselaars bij Y. Na opzegging van hun arbeidsrelatie met X, zijn de metselaars via een ander uitzendbedrijf voor Y gaan werken. X stelt dat op de overeenkomst tussen X en Y twee sets algemene voorwaarden van toepassing zijn en hij op grond van die voorwaarden recht heeft op een boete en aanvullende schadevergoeding, omdat Y de metselaars in strijd met de algemene voorwaarden, binnen een jaar na hun dienstverband bij X, opnieuw heeft ingezet.
In hoger beroep heeft X betoogd dat beide sets algemene voorwaarden van toepassing zijn op de inleenovereenkomst, omdat deze zowel juridisch als inhoudelijk niet van elkaar verschillen. Tegen die achtergrond heeft X in eerste aanleg ook het standpunt ingenomen dat de algemene detacheringvoorwaarden buiten beschouwing konden worden gelaten. Volgens X zijn de verschillen die er zijn, niet relevant.
Het hof oordeelt dat op de inleenovereenkomst tussen X en Y alleen de algemene verkoop- leverings- en detacheringsvoorwaarden van toepassing zijn verklaard met KvK-nummer 370.379.88 (algemene voorwaarden II). Met ondertekening van de opdrachtbevestiging heeft Y de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden II aanvaard. De algemene detacheringvoorwaarden zijn niet van toepassing verklaard op de overeenkomst en Y heeft de toepasselijkheid daarvan niet aanvaard. Dat X de algemene detacheringvoorwaarden bij de Kamer van Koophandel heeft gedeponeerd (onder nummer 370.975.88), en dat dit inhoudelijk (ook) algemene verkoop- leverings- en betalingsvoorwaarden (zouden) betreffen, brengt volgens het hof niet mee dat Y de toepasselijkheid daarvan heeft aanvaard.
Y heeft een beroep gedaan op vernietiging van de algemene voorwaarden II, omdat X haar niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van die algemene voorwaarden kennis te nemen (artikel 6:233 aanhef en sub b BW).
X stelt dat Y voldoet aan het in artikel 6:235 lid 1 sub a BW genoemde criterium “een rechtspersoon bedoeld in artikel 360 van Boek 2, die ten tijde van het sluiten van de overeenkomst laatstelijk zijn jaarrekening openbaar heeft gemaakt” en daarom niet een beroep kan doen op de vernietigingsgronden bedoeld in artikelen 6:233 en 6:234 BW. Ter onderbouwing van die stelling heeft X de door Y op 8 december 2018 gedeponeerde balans overgelegd.
X heeft volgens het hof niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat Y ten tijde van het sluiten van de overeenkomst een – volledige - jaarrekening heeft gepubliceerd. De door hem overgelegde jaarrekening over 2018 is een beperkte balans zonder winst- en verliesrekening en Y kwalificeert daarom niet als ‘grote ondernemer’. Een beroep op vernietiging van algemene voorwaarden is daarom voor Y niet uitgesloten op grond van artikel 6:235 lid 1 sub a BW.
X stelt verder dat uit artikel 6:235 lid 1 sub b BW expliciet volgt dat alleen ondernemingen met vijftig of meer werknemers een beroep mogen doen op de vernietigingsgronden in artikel 6:233 en 6:234 BW, en dat Y als kleine ondernemer daarom geen beroep op vernietiging toekomt. Daarmee legt X dit wetsartikel volgens het hof verkeerd uit. Juist ondernemingen met minder dan vijftig medewerkers kunnen een beroep op vernietiging doen, waar dit voor grotere ondernemingen is uitgesloten. Tussen partijen is niet in geschil dat Y een kleine onderneming is, zodat artikel 2:235 lid 1 sub b BW niet aan een beroep op vernietiging door Y in de weg staat.
De vervolgvraag is of X aan Y een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden II kennis te nemen zoals bepaald in artikel 6:234 lid 1 BW. Daaraan kan met name worden voldaan door het voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand stellen van de algemene voorwaarden, het overeenkomstig de in artikel 6:230c voorziene wijze verstrekken, of, indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, door voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij bekend te maken dat de voorwaarden bij hem ter inzage liggen of bij een door hem opgegeven Kamer van Koophandel of een griffie van een gerecht zijn gedeponeerd, alsmede door de mededeling dat zij op verzoek zullen worden toegezonden.
Niet gesteld of gebleken is dat X de algemene voorwaarden II voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan Y ter hand heeft gesteld.
Het hof overweegt dat artikel 6:230c BW, dat wordt genoemd in artikel 6:234 lid 1 BW als mogelijkheid om kennis te nemen van algemene voorwaarden, niet van toepassing is op X, omdat de Dienstenrichtlijn niet van toepassing is op diensten van uitzendbedrijven.
Dat terhandstelling redelijkerwijs niet mogelijk was, is volgens het hof ook niet komen vast te staan.
Voor het bieden van een redelijke mogelijkheid om kennis te nemen was niet voldoende dat X de algemene voorwaarden II had getoond of ter beschikking had gesteld als Y zou vragen naar de voorwaarden. Het initiatief voor het bekend maken van algemene voorwaarden ligt bij X als gebruiker daarvan.
Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat X Y geen redelijke mogelijkheid heeft geboden om kennis te nemen van de algemene voorwaarden II en dat het beroep van Y op vernietiging daarvan slaagt. X kan geen beroep doen op het in die algemene voorwaarden opgenomen boetebeding, noch kan hij aanspraak maken op de door hem gevorderde aanvullende schadevergoeding die daarop gebaseerd is.
Het is belangrijk tijdig advies in te winnen over uw rechtspositie als u uw algemene voorwaarden wil toepassen en/of u de algemene voorwaarden van uw wederpartij “buiten de deur” wilt houden.
Ook helpen wij u graag bij het opstellen en beoordelen van uw algemene voorwaarden of die van uw wederpartij.
Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog of heeft u andere ondernemingsrechtelijke vragen, neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met Marc Janssen of met één van de andere leden van de sectie EU-Mededinging.