Zorgplicht bank bij opzeggen kredietovereenkomst

Voor een bank geldt dat zij, onder andere uit hoofde van haar maatschappelijke functie, een bijzondere zorgplicht heeft bij het opzeggen en afwikkelen van een kredietovereenkomst. Een bank dient daarbij rekening te houden met de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit en de belangen van beide partijen dienen te worden gewogen.

De Goese Metaalhandel houdt zich bezig met de handel in en recycling van metalen. In het kader van een verhuizing van de Goese Metaalhandel in juni 2008 naar de huidige locatie, waartoe een nieuw bedrijfsterrein, bedrijfspand en woonhuis zijn aangekocht, heeft de Rabobank vier leningen verstrekt bij onderhandse akten van 24 augustus 2007 en 2 juni 2008. Voorts is tussen partijen een krediet c.q. rekening-courantovereenkomst gesloten. In totaal werd een bedrag van € 780.000,-- verstrekt. De Rabobank heeft als zekerheid een eerste recht van hypotheek op het woonhuis en het bedrijfspand verkregen en voorts een eerste pandrecht op de inventaris, voorraden en de rechten uit hoofde van een overlijdensrisicoverzekering.

De Rabobank heeft uiteindelijk de integrale financiering mondeling opgezegd en zulks is door haar advocaat een dag later schriftelijk bevestigd per brief. De financiering is opgezegd met een opzegtermijn van 3 maanden.

De Goese Metaalhandel vorderde daarop in kort geding onder andere de Rabobank te veroordelen tot nakoming van de financieringsovereenkomsten. De Goese Metaalhandel stelde daartoe dat de Rabobank te lichtvaardig is overgegaan tot opzegging van de kredietrelatie. De opzegging voldoet volgens hem niet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit en is derhalve naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De Goese Metaalhandel stelt dat de vrees van de Rabobank betreffende de continuïteit van de onderneming ongegrond is en dat het kredietrisico voor de bank niet aanmerkelijk is toegenomen. Hij verwijst daarbij naar de door haar overgelegde stukken betreffende omzet, de proef-/saldibalans en een taxatierapport.

De Rabobank voert verweer en stelt, onder verwijzing naar de inhoud van een e-mail van de Goese Metaalhandel tot de conclusie te zijn gekomen dat de Goese Metaalhandel geen perspectief heeft om op langere termijn zijn activiteiten te continueren, alsmede dat het kredietrisico voor haar is toegenomen. De verwachtingen van de bedrijfsresultaten van de Goese Metaalhandel zijn volgens de Rabobank veel te optimistisch. Zij is van mening dat de door haar gedane opzegging wel degelijk rechtsgevolg met zich meebrengt zodat de vordering tot nakoming van de financieringsovereenkomsten dient te worden afgewezen.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de bank in beginsel bevoegd is de voor onbepaalde tijd aangegane (krediet)overeenkomst op te zeggen. Evenals iedere andere contractuele relatie, wordt de relatie tussen een bank en haar cliënt echter mede beheerst door de eisen van redelijkheid en billijkheid. Voor een bank geldt bovendien (zoals eerder onder andere door het Hof Arnhem is overwogen) dat zij, uit hoofde van haar maatschappelijke functie, een bijzondere zorgplicht heeft. Het Hof Arnhem heeft daarenboven een negental factoren opgesomd die van belang kunnen zijn bij het maken van de beoordeling of al dan niet onzorgvuldig en buitenproportioneel is gehandeld. Het betreft kort gezegd:

  • de duur, exclusiviteit, omvang, ingewikkeldheid en verloop van de kredietrelatie;
  • een aanmerkelijke afname van de kredietwaardigheid en/of aanmerkelijke toeneming van het bancaire kredietrisico, waarbij met name van belang zal zijn of er voldoende dekking door zekerheid bestaat dan wel kan worden verleend;
  • het gedrag en de betrouwbaarheid van de kredietnemer;
  • of en in welke mate de kredietnemer toerekenbaar is tekortgeschoten;
  • de kans dat de onderneming van de kredietnemer, al of niet na reorganisatie of doorstart, zal overleven;
  • welke termijn de kredietnemer krijgt om een andere bankier te zoeken en welke ernstige financiële problemen voor de kredietnemer (zullen) ontstaan;
  • de wijze van besluitvorming van de bank voorafgaand aan de opzegging en de wijze waarop overleg is gevoerd met de kredietnemer;
  • of de bank door eigen gedragingen verwachtingen heeft gewekt;
  • andere maatschappelijke belangen;

De voorzieningenrechter acht een aantal factoren in deze ook van belang en getoetst op de onderhavige zaak leiden die factoren tot het oordeel dat de Rabobank niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft gehandeld. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat de opzegging van het krediet niet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit voldoet. De vordering van de Goese Metaalhandel om de Rabobank te veroordelen tot nakoming van de financieringsovereenkomsten is dan ook toegewezen.

Voorzieningenrechter Rechtbank Middelburg, 20 oktober 2009, JOR 2010/279.