
De echtscheiding door de andere partner aangevochten
(18 mei 2009)
In Nederland is er maar één grond voor echtscheiding, namelijk de duurzame ontwrichting van het huwelijk. Deze moet tenminste door één van de partijen gesteld worden. Scheiden kun je immers zowel op gemeenschappelijk als op eenzijdig verzoek. Voldoende is dan dat één van de partijen het huwelijk niet meer levensvatbaar acht en zich aldus op de duurzame ontwrichting van het huwelijk beroept. In de praktijk wordt vaak met enkel deze stelling volstaan. Omdat het niet vaak voorkomt dat de partner de duurzame ontwrichting van het huwelijk betwist, kan de rechter de echtscheiding meestal zonder nadere motivering uitspreken. Echter, het kan voorkomen dat de ene partner niet van de ander wil scheiden en betwist dat het huwelijk duurzaam ontwricht is. Kan de partner in een dergelijk geval een echtscheiding voorkomen?
De reden dat een partner zelden een echtscheiding zal proberen tegen
te houden, is dat het in de praktijk meestal geen nut heeft om via de
rechter af te dwingen dat je partner bij je blijft. Is het besluit tot
echtscheiding door één van de partners genomen, dan zal een gedwongen
bijeen blijven vaak alleen maar een verdere verslechtering van het
huwelijk betekenen. Bovendien zal het in dat geval steeds eenvoudiger
worden om de duurzame ontwrichting van het huwelijk aan te tonen, mocht
dat niet reeds aantoonbaar zijn bij het primaire echtscheidingsverzoek.
Toch komt het voor dat de partner de echtscheiding voor de rechter
aanvecht.
Zo werd vorig jaar in hoger beroep een in eerste aanleg uitgesproken echtscheiding door het hof teruggedraaid. De man had in die procedure de echtscheiding verzocht. Hij kampte met gezondheidsproblemen en de vrouw was naast echtgenote van de man, tevens door de rechter tot zijn mentor en bewindvoerder over zijn vermogen benoemd. De man voelde zich sterk door de vrouw betutteld en beperkt in zijn vrijheid. Hij voerde ook aan niet meer van de vrouw te houden. Dit laatste kwam echter niet geloofwaardig op het hof over aangezien partijen, ook nadat de echtscheiding in eerste instantie was uitgesproken, nog steeds met elkaar in één woning samenleefden als gehuwde partners en ook nog steeds een seksuele relatie met elkaar hadden. Het hof oordeelde dat de reden voor de man om te scheiden was gelegen in het gevoel van betutteling zoals hij dat ervoer. Dit kan niet gelijkgesteld worden met ‘de door de wetgever bedoelde situatie van duurzame ontwrichting, waarin de voortzetting van de samenleving ondraaglijk is geworden, zonder dat er uitzicht bestaat op herstel van behoorlijke echtelijke verhoudingen.’ Het hof kwam tot de slotsom dat het huwelijk niet duurzaam ontwricht was en het huwelijk bleef alsnog in stand.
In een andere procedure begin dit
jaar moest zelfs de Hoge Raad zich buigen over de vraag of er sprake
was van duurzame ontwrichting van het huwelijk. De man stelde dat de
wens van de vrouw om te scheiden was ingegeven door haar
psycho-somatische gesteldheid en niet door haar eigen, vrije wil. Het
hof oordeelde dat de vrouw op grond van haar geestesgesteldheid gewoon
in staat was de reikwijdte van het door haar ingediende
echtscheidingsverzoek in te zien. Bovendien hechtte het hof belang aan
het feit dat partijen al geruime tijd gescheiden van elkaar leefden en
dat er geen onderlinge communicatie tussen hen meer mogelijk was. Dit
vormde een ernstige aanwijzing voor duurzame ontwrichting. Het hof
liet de echtscheiding dus in stand en ook bij de Hoge Raad ving de man
bot. De vrouw had immers gemotiveerd gesteld dat zij niet meer met haar
echtgenoot kon samenleven, wat voor de rechter vrijwel altijd een
beslissende aanwijzing vormt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
Dat behoeft dan geen verdere bewijslevering. Ook de medische en
psychische aspecten konden niet tot een ander oordeel over de duurzame
ontwrichting leiden.
Conclusie
Indien
de ene partner betwist dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zal de
andere partner moeten bewijzen dat de voortzetting der samenleving
ondraaglijk is geworden en er geen uitzicht bestaat op herstel van
enigszins behoorlijke echtelijke verhoudingen. Dat is het criterium dat
in de rechtspraak wordt gehanteerd. Aan de hand van de omstandigheden,
zoals het al dan niet (meer) samenleven met elkaar en het al dan niet
onderhouden van een seksuele relatie met elkaar, wordt door de rechter
dan de duurzame ontwrichting van het huwelijk getoetst. Het kan dus van
belang zijn deze omstandigheden te vermelden bij het indienen van het
echtscheidingsverzoek om te voorkomen dat de echtscheiding zal worden
tegengehouden door de partner.
Advocaten:
» mr. J.A.J.A. (Joris) Luijten









