» Personen- & Familierecht

De maximale duur van partneralimentatie naar 5 jaar?
(21 november 2012)

Zowel over kinder- als partneralimentatie is de laatste tijd veel maatschappelijke beroering. Nadat eind 2011 door de PvdA en VVD al een voorstel tot vereenvoudiging van kinderalimentatie werd gepresenteerd, volgde op 20 juni 2012 een tweetal voorstellen die een verdere begrenzing van de duur van de partneralimentatie behelzen. Het eerste voorstel betreft een initiatiefnota van de leden Van der Steur (VVD), Recourt (PvdA) en Berndsen (D66), het tweede een wetsvoorstel van Bontes (PVV). De huidige maximale duur van de partneralimentatie is twaalf jaar. In beide voorstellen wordt geadviseerd deze termijn in beginsel te beperken tot vijf jaar.

De rechtsgrond voor het opleggen van partneralimentatie is de door het huwelijk ontstane lotsverbondenheid. Die lotsverbondenheid eindigt niet bij het einde van het huwelijk. Tot 1 juli 1994 betekende dat, dat de verplichting tot het betalen van partneralimentatie levenslang kon zijn. Op voornoemde datum is de duur beperkt tot in beginsel twaalf jaar. Echter, sinds 1994 heeft de samenleving zich verder ontwikkeld en heeft de emancipatie van de vrouw zich verder door gezet. Steeds meer vrouwen zijn in staat in hun eigen levensonderhoud te voorzien en zijn daarvoor dus niet meer afhankelijk van de andere sekse. Die ontwikkeling heeft geleid tot de initiatiefnota van de PvdA, VVD en D66.

Deze politieke partijen willen dat partneralimentatie eerlijker, simpeler en korter wordt. De nieuwe rechtsgrond is niet langer de lotsverbondenheid, maar compensatie voor het gedurende het huwelijk ontstane verlies aan verdiencapaciteit. Niet het huwelijk op zichzelf, maar de omstandigheid dat het huwelijk heeft geleid tot verlies aan verdiencapaciteit, rechtvaardigt de partneralimentatieverplichting. Verlies aan verdiencapaciteit ontstaat bijvoorbeeld wanneer de één carrière heeft kunnen maken in de tijd dat de ander (gedeeltelijk) thuis was om voor de kinderen te zorgen.    

In voornoemde initiatiefnota stellen de partijen voor om geen recht op partneralimentatie toe te kennen wanneer het huwelijk kinderloos is en korter heeft geduurd dan drie jaar. Bij een kinderloos huwelijk dat langer heeft geduurd, zou een recht op alimentatie moeten bestaan voor de duur van de helft van het huwelijk met een maximum van vijf jaar.

Zijn er wel kinderen, dan zou de duur van de partneralimentatieverplichting in elk geval gelijk moeten zijn aan de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van vijf jaar. Deze termijn kan worden verlengd totdat het jongste kind twaalf jaar oud is, indien de zorgverdeling ertoe leidt dat één van beide partners beperkt kan deelnemen aan het arbeidsproces.

Dan is er nog een uitzondering op de maximumduur van vijf jaar voor huwelijken die langer dan vijftien jaar hebben geduurd, waarbij de ene partner jarenlang de zorg voor de kinderen op zich heeft genomen, om de andere partner in staat te stellen in het inkomen te voorzien. In die gevallen is het hanteren van de maximumduur van vijf jaar onredelijk, aangezien het naar verwachting voor de alimentatiegerechtigde zeer moeilijk zal zijn om binnen vijf jaar terug te keren in het arbeidsproces. In die gevallen zou de duur van de alimentatie gelijk moeten worden gesteld aan de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van tien jaar.

Voorts voorziet de voorgestelde wettelijke regeling in een afbouw van de hoogte van de partneralimentatie en wordt geen indexering toegepast. Hierin zou een prikkel gelegen zijn om gaandeweg aan het arbeidsproces deel te nemen en/of de werkzaamheden uit te breiden.

Een internettool zou de ex-partners in staat moeten stellen om op een eenvoudige manier de verschuldigde alimentatie te berekenen. Het LBIO zou een adviserende functie moeten krijgen als mensen er zelf niet uitkomen. De rechter fungeert dan nog slechts als laatste instantie als er geschil blijft bestaan.      

Het wetsvoorstel van de PVV sluit in grote lijnen bij het voorstel van de andere partijen aan. Ook daarin wordt voorgesteld de wettelijke termijn in beginsel te beperken tot vijf jaar.

De vraag is of in deze voorstellen het doel van een eerlijkere, simpelere en kortere partneralimentatie wordt bereikt. Korter zal de alimentatieduur zeker zijn. Over wat eerlijk en rechtvaardig is, kan heel verschillend worden gedacht. Bijvoorbeeld: degene, bij wie de kinderen hun hoofdverblijf hebben, heeft minder mogelijkheden dan de ander om het inkomen te verhogen. Bovendien gaat een deel van het inkomen op aan kosten voor kinderopvang. Wil de ander geen co-ouderschap, dan is het zeer de vraag of een korte alimentatieduur eerlijk is. Het is moeilijk om daarvoor een objectieve maatstaf te hanteren. En bij de stelling dat de berekeningsmethodiek simpeler wordt, stel ik grote vraagtekens. Leuk bedacht zo’n internettool, maar het lijkt mij in veel gevallen onrealistisch te veronderstellen dat het partijen in staat kan stellen om zelf de alimentatie te berekenen. Ter illustratie van de complexiteit van een alimentatieberekening: de richtlijnen voor alimentatieberekening, aan de hand van de praktijk opgesteld door de rechterlijke macht, beslaat 49 pagina’s. Een goede berekening is maatwerk, dat niet slechts het invoeren van cijfers vereist. Zo levert alleen het inkomensbegrip al vaak genoeg voer voor discussie op. Daar kan een internettool niets aan veranderen.

 

Advocaten:

»  mr. J.A.J.A. (Joris) Luijten

 

« terug