
Farma-instituut heeft toekomst
(2 augustus 2010)
Kortgeleden kondigde de eigenaar van Organon, de Amerikaanse farmagigant MSD & Co, een massaontslag aan voor het laatste grote farmaceutische onderzoeksbedrijf dat Nederland rijk is. MSD wil onder meer de volledige Research & Development-afdeling van Organon, waar elfhonderd hoog opgeleide onderzoekers werken, van Oss naar de Verenigde Staten verplaatsen.
Ook in Schaijk en Boxmeer worden de R&D-activiteiten stopgezet.
Enorme klap
Buiten het persoonlijk drama dat met zo'n massaontslag gepaard gaat, krijgt ons land als kennisland een enorme klap te verwerken. Toch zijn er mogelijkheden om de schade aan onze kenniseconomie beperkt te houden en om de kennis in Nederland te houden.
De R&D-afdeling van Organon kan zelfstandig voortbestaan als een wetenschappelijk topinstituut, zoals Brainport Eindhoven, TNO, en de onderzoeksinstituten van de technische universiteiten. De toponderzoekers uit Oss kunnen op die manier met geld van de industrie en subsidie van de overheid langdurig (contract)onderzoek verrichten. Er zijn meerdere voorbeelden van dit soort instituten die een gezonde balans laten zien.
Algemeen belang
De verwachting is dat de overheid samen met MSD en andere stakeholders de optie zal verkennen om als zelfstandig onderzoeksinstituut verder te gaan, zodat op die manier de R&D voor Nederland behouden blijft. In dit kader zal al snel de vraag opkomen hoe het zit met de knowhow die toch de basis zal moeten vormen om verder op te bouwen. Die kennis is immers beschermd door octrooien en die zijn juridisch eigendom van MSD. MSD zal in beginsel niet toestaan dat deze exclusief aan hen toebehorende kennis wordt gebruikt voor andere doeleinden dan voor de ontwikkelingen van hun eigen farmaceutische producten.
Gelukkig biedt het Nederlandse octrooirecht uitkomst voor dit probleem. Zo is de optie van de zogenoemde dwanglicentie al meerdere malen geopperd. Onder bepaalde omstandigheden heeft het ministerie van Economische Zaken de mogelijkheid om MSD te dwingen een licentie te geven aan het nieuw op te richten onderzoeksinstituut, maar alleen als het 'algemeen belang' dat vereist.
Ingrijpend middel
Sinds de invoering van de dwanglicentie op grond van het algemeen belang is er echter nog nooit één verleend. Het is dan ook een ingrijpend middel dat slechts onder uitzonderlijke omstandigheden wordt toegepast. Nu mag wel worden aangenomen dat het algemeen belang bij dit massaontslag in het geding is. Wellicht dat het ministerie van EZ het wapen van de dwanglicentie om die reden dan ook serieus overweegt.
Juridisch heeft de dwanglicentie echter een aantal serieuze haken en ogen. Zo biedt de dwanglicentie voor het commercialiseren van geoctrooieerde knowhow buiten Nederland geen oplossing. Maar ook praktisch gezien zijn er bezwaren. Is het algemeen belang gediend met een dwanglicentie onder alle octrooien van MSD of alleen onder de meest belangrijke? Welk bedrag aan royalty's moet daarvoor aan MSD worden betaald? En geldt dat ook voor octrooien die later niet geldig blijken te zijn? Krijgt het nieuwe onderzoeksinstituut dan de reeds betaalde royalty's terug?
Complexe procedure
Met andere woorden, als het ministerie werkelijk voor deze route zou kiezen, zal het een buitengewoon complexe procedure worden met een reikwijdte die slechts tot Nederland beperkt zal zijn. Bovendien is het politiek en economisch niet verantwoord om onder deze omstandigheden MSD te dwingen een licentie te geven aan het nieuw te vormen onderzoeksinstituut.
Ook kunnen buitenlandse investeerders met het hanteren van de dwanglicentie ontmoedigd worden om hun R&D-activiteiten in Nederland onder te brengen. Als ze een reorganisatie doorvoeren die ook de R&D zal treffen, kunnen de investeerders immers worden geconfronteerd met een Nederlandse overheid die hun kennis in het 'algemeen belang' afpakt. Dat kan afbreuk doen aan de reputatie van Nederland als kennisland. Daarvoor moeten we waken.
Zuiver wetenschappelijk doel
Het Nederlandse octrooirecht kent nog een andere figuur die een doorstart van de R&D-afdeling van Organon als onafhankelijk instituut mogelijk zou kunnen maken, de zogenoemde 'onderzoeksexceptie'. Deze uitzondering maakt het mogelijk om voor een zuiver wetenschappelijk doel onderzoek te doen met en naar gepatenteerde uitvindingen van een ander.
De algemene opvatting neigt ertoe onder deze uitzonderingsgrond eveneens te verstaan onderzoekshandelingen in of voor een commercieel bedrijf, maar alleen wanneer het onderzoek dient om kennis te nemen van de uitvinding met als doel op basis hiervan nieuwe technieken te ontwikkelen.
Onderzoek voortzetten
Als de R&D-afdeling als een zelfstandig onderzoeksinstituut verder zou gaan, kan zij haar onderzoek gewoon voortzetten. Een dwanglicentie met alle juridische en praktische bezwaren van dien is daar helemaal niet voor nodig. Economische Zaken doet er dan ook verstandig aan om de mogelijkheid van een 'onderzoeksexceptie' mee te nemen in zijn plannen om de R&D-afdeling - in welke vorm dan ook - voor Nederland te behouden.
Dit artikel werd tevens gepubliceerd in het Financieele Dagblad









