» Ondernemingsrecht

Borgtocht vs. hoofdelijke aansprakelijkheid
(3 februari 2010)

De rechtbank te Roermond heeft onlangs een uitspraak gedaan over het verschil tussen hoofdelijke aansprakelijkheid en borgtocht. Het ging daarbij om het volgende: ABN AMRO Bank heeft een kredietovereenkomst gesloten met Angar B.V. ter financiering van de bedrijfs- of beroepsuitoefening van Angar. De overeenkomst vermeldt onder het kopje “Zekerheden en verklaringen” onder andere: “Hoofdelijke mede-aansprakelijkheid van mevrouw X”. X is middels haar vennootschap Liquear B.V. enig bestuurder en aandeelhouder van Angar. Bij de overeenkomst met ABN AMRO is een door X ondertekende verklaring strekkende tot hoofdelijke mede-aansprakelijkheid gevoegd.

Angar heeft de overeengekomen debetstand overschreden en is hiermee haar verplichting om binnen de verstrekte kredietruimte te blijven niet nagekomen. Hierdoor is het gehele openstaande bedrag ineens opeisbaar geworden. ABN AMRO spreekt hiervoor zowel Angar als X aan. X voert verweer. Vaststaat dat tussen ABN AMRO en Angar een kredietovereenkomst is gesloten. ABN AMRO meent dat sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid van X, maar niet van borgtocht. X meent dat wel sprake is van borgtocht en deed een beroep op vernietiging van de overeenkomst wegens het ontbreken van de ex art. 1:88 BW vereiste toestemming van haar echtgenoot.

De rechtbank overweegt dat van borgtocht sprake is als iemand zich tegenover een schuldeiser verbindt tot nakoming van een verbintenis van een derde. Een borg is dus iemand die slechts zekerheid aan een schuldeiser wil verschaffen en die in zijn relatie tot de hoofdschuldenaar niet draagplichtig is. Hierbij is niet van doorslaggevend belang welke bewoordingen in de overeenkomst zijn gebruikt. Wel van doorslaggevend belang is of de schuldeiser ten tijde van het aangaan van de overeenkomst wist dat slechts beoogd werd zekerheid te stellen dan wel dat dit niet duidelijk was, bijvoorbeeld omdat sprake is van twee kredietnemers die beiden gebruik kunnen maken van het krediet. In casu ging het om een kredietovereenkomst met één kredietnemer waarbij het te verstrekken krediet alleen strekte ten behoeve van de bedrijfsvoering van Angar. Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het zich hoofdelijk aansprakelijk stellen door X gekwalificeerd moet worden als een overeenkomst van borgtocht. De vervolgvraag in het kader van het verweer van X was of het aangaan van de borgtocht is geschied ten behoeve van de normale uitoefening van Angar. Nu het ging om een algemeen krediet voor de financiering van bedrijfsactiviteiten is aan die voorwaarde voldaan. In een dergelijk geval is ex art. 1:88 lid 5 BW geen toestemming van de echtgenoot vereist, waardoor het verweer van X faalt.

Hoewel de stelling dat sprake is van borgtocht in plaats van hoofdelijke aansprakelijkheid X dus niet kan baten, is het verschil tussen deze persoonlijke zekerheden van belang. Dit geldt niet alleen voor een eventueel beroep op vernietiging ex art. 1:88 BW. De kwalificatie van de overeenkomst is ook van belang voor een beroep op het bij borgtocht geldende subsidiariteitsbeginsel: de borg is pas gehouden tot nakoming als duidelijk is dat de hoofdschuldenaar - al of niet toerekenbaar - tekort is geschoten. Daarnaast kan de borg vanwege het daaraan verbonden afhankelijke karakter, in beginsel een beroep doen op een aantal belangrijke verweren die de hoofdschuldenaar jegens de schuldeiser zou kunnen aanvoeren (art. 7:852 BW). Ook in het geval meerdere (rechts)personen zich jegens de schuldeiser verbonden hebben dan wel er goederenrechtelijke zekerheden zijn verstrekt kan de aangesprokene er belang bij hebben zich op de borgtocht bepalingen te beroepen (C.J.M. Klaassen, ‘Hoofdelijkheid of borgtocht, wat zal het wezen?’, WPNR 1998/6316), p. 348).

De uitspraak van de rechtbank Roermond brengt weer wat duidelijk in het onderscheid tussen borgtocht en hoofdelijk schuldenaarschap. Het gaat er niet zozeer om welke term in de overeenkomst wordt gebruikt, maar wel om de wijze waarop degene die zich als zodanig verbindt zich tegenover de schuldeiser presenteert. Presenteert hij zich als iemand die de schuld niet aangaat, maar die slechts zekerheid verstrekt voor de schuld van een ander, dan is er sprake van borgtocht ongeacht of door partijen hoofdelijkheid aansprakelijkheid was beoogd.

 

Advocaten:

»  mr. N.J. (Nina) Meuwese

 

« terug