» Vastgoed / Projectontwikkeling

Gemeente rechtstreeks aansprakelijk voor vertragingsschade als ten onrechte bouwvergunning is verleend
(19 oktober 2009)

Op 10 april 2009 heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan op het gebied van de overheidsaansprakelijkheid voor gebrekkige besluiten. B&W van de gemeente Barneveld hadden met vrijstelling van het vigerende bestemmingsplan bouwvergunning verleend voor 20 recreatiewoningen maar dit besluit uiteindelijk weer ingetrokken naar aanleiding van een door een derde daartegen ingediend bezwaarschrift.

Degene die de bouwvergunning had aangevraagd (en aanvankelijk ook had gekregen) stelde dat hij daardoor schade had geleden als gevolg van het feit dat de oorspronkelijke bouwplannen niet hadden kunnen worden gerealiseerd, dat het project de nodige vertraging had opgelopen waardoor inkomsten waren gederfd en dat hij uiteindelijk, nadat er een nieuw vergunning was verleend op grond van een juiste toepassing van de wet, ook nog eens te maken kreeg met aanzienlijk gestegen bouwkosten. De gemeente voerde daarop verweer met de stelling dat dit soort schade behoort tot het eigen risico van degene die begint met bouwen op basis van een nog niet onherroepelijke bouwvergunning (de gemeente baseerde zich daarbij op een eerdere uitspraak van de Hoge Raad in een ander geschil uit 1994, beter bekend als het Schutterduin-arrest), maar ook – en dat is het belangrijke van deze uitspraak – had de gemeente naar voren gebracht dat de intrekking van het oorspronkelijke besluit, waarbij vrijstelling en bouwvergunning was verleend, niet als onrechtmatig kon worden beschouwd, omdat er van dat besluit geen beroep bij de bestuursrechter was ingesteld.

Dat laatste verweer betreft het leerstuk van de zgn. "formele rechtskracht": degene die geen gebruik heeft gemaakt van de tegen een overheidsbesluit bestaande bestuursrechtelijke rechtsgang kan zich voor de burgerlijke rechter niet beroepen op de onrechtmatigheid van dat besluit, zodat dat besluit zowel wat betreft de wijze van totstandkoming, als wat betreft de inhoud, als rechtmatig heeft te gelden.

In de kwestie-Barneveld oordeelde de Hoge Raad echter dat die regel niet ziet op de aanvrager van een bouwvergunning die naar aanleiding van een daartegen door een derde gemaakt bezwaar zijn bouwvergunning door B&W wegens strijd met de wet ingetrokken ziet worden. De aanvrager mag er – aldus de Hoge Raad – van uit gaan dat B&W juist handelen en dat de verleende bouwvergunning dus niet in strijd is met de wet. Met dat uitgangspunt is, aldus de Hoge Raad, onverenigbaar dat aan de betreffende aanvrager/houder van de bouwvergunning zou kunnen worden tegengeworpen dat hij tegen het besluit, waarbij de bouwvergunning alsnog is ingetrokken, geen procedure is begonnen om de onrechtmatigheid van het desbetreffende besluit nog eens door de bestuursrechter te laten vaststellen.

Het is duidelijk dat dit arrest van de Hoge Raad een enorme verlichting betekent voor iedereen die zich met een dergelijke situatie geconfronteerd ziet. Wanneer een gemeente bouwvergunning verleent en vervolgens op basis van een daartoe door derden ingediend bezwaarschrift besluit de bouwvergunning te herroepen, omdat sprake zou zijn van strijdigheid met de wet, hoeft men niet eerst een procedure te beginnen bij de bestuursrechter, maar kan men de gemeente direct aansprakelijk stellen voor de schade. De leer van de formele rechtskracht zou normaliter met zich mee brengen dat het intrekkingsbesluit geacht moet worden rechtmatig te zijn geweest jegens eenieder, dus ook jegens de aanvrager zelf, wanneer men van het intrekkingsbesluit niet in beroep bij de bestuursrechter is gegaan. Tot die procedure heeft de Hoge Raad de aanvrager echter niet willen verplichten.

 

Advocaten:

»  mr. E. (Eric) Beele

 

« terug