
De berekening van de vertrekstimuleringsvergoeding in het Sociaal Plan
(26 oktober 2009)
Om de negatieve gevolgen van een reorganisatie op te vangen stellen ondernemingen vaak een Sociaal Plan op. Als blijkt dat als gevolg van de reorganisatie een deel van het personeel overtollig zal worden, kan in het Sociaal Plan een vertrekstimuleringsregeling worden opgenomen, waarbij aan vrijwillig vertrekkende werknemers eenmalig een vergoeding zal worden toegekend. Over de bepaling van de hoogte van deze vergoeding kan nogal eens discussie ontstaan.
Twee procedures: zelfde feitencomplex?
Dit was bijvoorbeeld het
geval in twee procedures met een vergelijkbaar feitencomplex die
onlangs door verschillende kantonrechters verschillend werden
beoordeeld. In beide procedures ging het om dezelfde werkgever en dus
hetzelfde Sociaal Plan, maar om twee verschillende werknemers die
beiden een zeer lang dienstverband hadden en nog maar een beperkt
aantal jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd te gaan hadden. In de
vertrekstimuleringsregeling was opgenomen ter bepaling van de
vergoeding: “Deze uitkering is gelijk aan de voor betrokkene geldende
kantonrechtersformule (factor C=1, doch nooit meer dan de verwachte
inkomensderving tot aan de pensioengerechtigde leeftijd).” Vervolgens
ontstond er discussie over wat onder inkomensderving diende te worden
verstaan.
Uitspraak kantonrechter ‘s-Hertogenbosch
Op 23 oktober 2008 oordeelt de
kantonrechter ’s-Hertogenbosch dat bij inkomensderving in ieder geval
rekening gehouden moet worden met de WW-uitkering waarop de werknemer
na het einde van de arbeidsovereenkomst recht krijgt. Dit bedrag komt
immers in de plaats van het loon dat de werknemer bij zijn werkgever
verdiende. Daarbij was tevens van belang dat het Sociaal Plan verwees
naar de kantonrechtersformule en de bijbehorende Aanbevelingen
(specifiek Aanbeveling nr. 3.5). Bij de toepassing daarvan houdt de
kantonrechter doorgaans immers ook rekening met te verkrijgen
uitkeringen.
Uitspraak kantonrechter Eindhoven
De kantonrechter Eindhoven komt
in zijn oordeel van 12 juni 2008 echter tot een geheel andere
conclusie. In die uitspraak mocht de werkgever op grond van de tekst
van het Sociaal Plan bij de berekening van de
vertrekstimuleringsvergoeding juist geen rekening houden met te
verkrijgen uitkeringen zoals een WW-uitkering. De kantonrechter
oordeelt dat Aanbeveling nr. 3.5, waarin staat dat de vergoeding niet
hoger zal zijn dan de verwachte inkomstenderving tot aan de
pensioengerechtigde leeftijd, ziet op reguliere inkomsten uit arbeid
die de werknemer nog zou kunnen genieten. Dat onder die inkomsten
tevens uitkeringen dienen te worden verstaan, ligt niet in de
formulering besloten.
Verschil
Genoemde uitspraken staan
lijnrecht tegenover elkaar. Een belangrijk verschil in het
feitencomplex van beide zaken is echter het moment dat de werknemers
met de vertrekstimuleringsvergoeding instemde. Voor beide werknemers
was in een vroeg stadium een vergoeding berekend zonder rekening te
houden met te verkrijgen inkomsten uit uitkeringen. Ongeveer een maand
later volgt er een schriftelijke toelichting op de
vertrekstimuleringsregeling waarin duidelijk wordt omschreven dat onder
inkomsten tevens te verkrijgen uitkeringen worden begrepen. Voor de
werknemers wordt een aangepaste vergoeding berekend. In de procedure
bij de kantonrechter ’s-Hertogenbosch had de werknemer pas nadat hij
deze toelichting had ontvangen met de vertrekstimuleringsvergoeding
ingestemd. In de Eindhovense procedure had de werknemer echter voor
ontvangst van de toelichting met de vergoeding ingestemd. De werknemer
hoefde op dat moment geen rekening te houden met de wijze waarop de
kantonrechtersformule, en in het bijzonder Aanbeveling 3.5, doorgaans
in de rechtspraktijk wordt gehanteerd.
Advies
Het opnemen van een
vertrekstimuleringsregeling kan voordelen bieden. Echter, neem in het
Sociaal Plan wel een duidelijk definitie op van de wijze van berekening
van de ‘vertrekstimuleringsvergoeding’. Geef daarnaast weer of en zo
ja, met welke, uitkeringen krachtens de Sociale Verzekeringswetten
rekening dient te worden gehouden. Het in het Sociaal Plan opnemen van
een voorbeeld kan misverstanden voorkomen.
Advocaten:
» mr. J.A.J.A. (Joris) Luijten









