» Insolventierecht & Herstructurering

Tijdelijke versoepeling van het uitstelbeleid voor ondernemers
(25 september 2009)

De staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager heeft een beleidsbesluit uitgevaardigd dat erin voorziet dat ondernemingen, die ten gevolge van de economische crisis in liquiditeitsproblemen zijn geraakt doch levensvatbaar zijn onder relatief eenvoudige voorwaarden uitstel van betaling wegens betalingsmoeilijkheden kunnen krijgen.

In zijn besluit heeft de staatsecretaris tijdelijk enkele versoepelingen aan het bestaande invorderingsbeleid aangebracht. Deze versoepelingen gelden voor ondernemers met betalingsproblemen als direct gevolg van de economische crisis. Kanttekening verdient dat de beleidsmaatregelen tijdelijk van aard zijn en zullen worden ingetrokken zodra de economische omstandigheden de intrekking mogelijk maken.

Wettelijk uitstelbeleid
Ondanks de versoepeling van het uitstel beleid voor ondernemers blijft als uitgangspunt het in artikel 25.6 van de Leidraad Invordering opgenomen uitstelbeleid van kracht. De in het besluit van 25 mei jl. opgenomen versoepeling geldt immers alleen voor ondernemers die aan de daarin opgenomen voorwaarden voldoen. Voor alle andere ondernemers geldt nochtans het uitstelbeleid van artikel 25.6 van de Leidraad Invorderingswet.

Het uitstelbeleid van artikel 25.6 van de Leidraad Invorderingswet werd op 1 januari 2005 ingevoerd. Aan een ondernemer die in betalingsmoeilijkheden verkeert, kan op grond van artikel 25.6 van de Leidraad Invorderingswet uitstel van betaling worden verleend voor een periode van ten hoogste twaalf maanden gerekend vanaf de vervaldag van de betreffende belastingsaanslagen. Een dergelijk uitstel wordt enkel verleend onder de voorwaarde dat nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen, waarvan de invordering door de belastingdienst is opgedragen, door de ondernemer zullen worden nagekomen. Kortom, de ondernemer mag geen nieuwe achterstand laten ontstaan.

Een tweede voorwaarde die de belastingdienst aan de verlening van het uitstel stelt is dat door de ondernemer zekerheid moet worden gesteld. De verstrekte zekerheid moet gelijk zijn aan de schuld waarvoor het uitstel wordt verzocht.

Versoepeld uitstelbeleid
De versoepeling van het uitstelbeleid als neergelegd in het door de staatssecretaris genomen besluit houdt in dat uitstel van betaling voor bepaalde tijd kan worden verleend aan een onderneming die (i) ten gevolge van de economische crisis, (ii) in tijdelijke liquiditeitsproblemen is geraakt en die overigens (iii) levensvatbaar is en aannemelijk kan maken dat de verschuldigde belasting (iv) vóór een bepaald tijdstip kan worden voldaan.

Om de levensvatbaarheid van de onderneming te kunnen bepalen is een eenvoudige verklaring van een derde-deskundige vereist. De derde-deskundige kan een externe bedrijfsadviseur zijn of de vaste externe adviseur of accountant van de ondernemer. Niet elke willekeurige derde zal echter als deskundige door de belastingdienst worden aanvaard.

De voorwaarden voor wat betreft de verstrekking van zekerheid en de beperking tot een uitstel van maximaal 12 maanden komen voor ondernemingen die in aanmerking komen voor de versoepeling op grond van het besluit voorlopig te vervallen

Versoepelingen niet altijd toepasbaar
De voornoemde versoepeling zal niet voor iedereen zal zijn weggelegd. Het beleidsbesluit sluit namelijk niet uit dat bij verlening van uitstel in bepaalde gevallen toch zekerheid door de belastingdienst zal worden verlangd voor de door de ondernemer verschuldigde belasting. Dit houdt in dat in sommige gevallen de ondernemer toch zekerheid zal moeten verstrekken, ondanks het feit dat de onderneming voldoet aan de in het besluit van 25 mei jl. neergelegde voorwaarden.

Daarnaast zal in de praktijk moeilijk zijn te bepalen of de door de ondernemer geleden liquiditeitsproblemen daadwerkelijk te wijten zijn aan de economische crisis. Vaak hangen liquiditeitsproblemen die het gevolg zijn van de economische crisis immers samen met andere oorzaken.

Kortom, het besluit van 25 mei jl. lijkt bij het motto van de belastingdienst: “Leuker kunnen we het niet maken, maar wel makkelijker” te passen. Maar of het daadwerkelijk makkelijker wordt voor de ondernemers zal moeten blijken.

 

Advocaten:

»  mr. M.A. (Amparo) Muñoz Mateu

 

« terug