» Vastgoed / Projectontwikkeling

Milieuclubs op randje van buitenspel?
(6 november 2008)

Als ergens in dit land milieubelastende bedrijven worden opgericht staan de milieuclubs geregeld vooraan om zich met hand en tand te verzetten tegen de komst van deze bedrijven.

Vanuit de gedachte dat het milieu niet voor zichzelf kan opkomen, presenteren milieuclubs zich in gerechtelijke procedures als beschermers van milieubelang. Ten aanzien van belangenorganisaties bepaalt de wet dat zij als belanghebbende kunnen worden aangemerkt als hun statutaire doelstelling hierop ziet en uit feitelijke werkzaamheden dit blijkt. In de praktijk zie je dat milieuclubs uit bijvoorbeeld Groningen protesteren tegen de komst van een veehouderij in Brabant. Tot 1 juli 2005 bood de wet deze mogelijkheid voor ‘een ieder’ en dus ook voor een milieuclub uit Groningen. Na die datum is dat nog slechts mogelijk voor belanghebbenden, dat wil zeggen voor degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Het is dus de wetgever geweest die de eerste stap heeft gezet tot het sluiten van de deur naar de rechtszaal voor milieuclubs die geen rechtstreeks belang hebben bij een overheidsbesluit.

In navolging van de wetgever is ook de Raad van State de afgelopen jaren een strengere houding gaan aannemen tegen deze clubs. Zo mogen de doelstellingen van milieuclubs niet zo veelomvattend zijn dat deze onvoldoende onderscheidend zijn om op grond daarvan te kunnen oordelen dat het belang van de milieuclub rechtstreeks is betrokken bij de komst van bijvoorbeeld een varkenshouderij. Daarnaast moeten de feitelijke werkzaamheden van de vereniging of stichting verder reiken dan het louter procederen tegen besluiten.

Deze strenge lijn vormt kennelijk voor het provinciebestuur (Gedeputeerde Staten) van Brabant aanleiding om diverse milieuclubs buitenspel te zetten. In het Brabants Dagblad van 21 augustus jl. valt te lezen, dat milieugedeputeerde Hoes met deze opstelling probeert in te spelen op een nieuwe tendens in de rechtspraak en bij de rijksoverheid om strengere eisen te stellen aan toelating van milieuorganisaties in beroepsprocedures. Met deze opstelling zoekt GS momenteel de grenzen op van de spelregels die de Raad van State heeft opgesteld.

Zo is de natuurbeschermingsvereniging uit het land van Heusden en Altena, Altenatuur niet-ontvankelijk verklaard in een beroepszaak tegen de uitbreiding van een varkenshouderij in Eethen. In tegenstelling tot een andere willekeurige milieuclub heeft deze vereniging echter gezien haar feitelijke werkzaamheden wel degelijk een belang bij het opkomen tegen een megastal van 16.000 varkens in haar directe omgeving. Dat wordt ook niet weersproken door GS. Enkel het feit dat de statutaire doelstellingen van Altenatuur te weinig onderscheidend zouden zijn, was voor GS aanleiding om deze vereniging niet-ontvankelijk in haar bezwaren te verklaren.

Of dit besluit de gerechtelijke toets kan doorstaan, is nog maar zeer de vraag. Het zou niet de eerste keer zijn dat GS door de Raad van State worden teruggefloten. In augustus van dit jaar is de coöperatie Mobilisation for the environment (MOB) uit Nijmegen door GS niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar tegen de uitbreiding van 22 veehouderijen in Brabant. Als reden noemde Hoes het feit dat de Raad van State de voorwaarde zou stellen dat milieuclubs regelmatig actief zouden moeten zijn in het gebied waarin zij procederen. Deze voorwaarde valt echter niet te lezen in de rechtspraak van de Raad van State. Sterker nog, op dinsdag 28 oktober jl. heeft de Raad van State dezelfde club uit Nijmegen als belanghebbende aangemerkt in een milieuvergunningprocedure voor de vuilverbrandingsinstallatie van SITA in Roosendaal.

Desalniettemin vormt de opstelling van GS voor Ron Lodewijks aanleiding om de noodklok te luiden. Volgens hem dreigen andere organisaties zoals het Groene Hart, Behoud de Peel en de Brabantse Milieufederatie (BMF) in de toekomst hetzelfde lot te treffen. Ook Onno Hoes zou van mening zijn dat het net rond milieuclubs zich sluit. Deze conclusies zijn op zijn minst voorbarig te noemen, zeker gezien het feit dat de rechter zich nog niet heeft gebogen over de opstelling van GS.

Voor milieuclubs is het wel zaak lessen te trekken uit de rechtspraak van de Raad van State. Niet alleen dienen mogelijk de statuten te worden aangepast aan de daadwerkelijke doelstellingen, maar daarnaast zullen de feitelijke werkzaamheden niet alleen mogen blijken uit het enkel procederen tegen haar onwelgevallige besluiten. Het snel oprichten van een website met tal van geplande activiteiten is daarvoor onvoldoende, nu de activiteiten niet incidenteel mogen zijn. Wanneer een milieuclub zich echter gedurende een langere periode bezig houdt met activiteiten zoals bijvoorbeeld het geven van lezingen of het overleggen met overheden en de statuten zijn daarnaast voldoende onderscheidend, dan mislukt de buitenspelval van GS en krijgen deze clubs een vrije doortocht naar het doel.

 Op 5 november 2008 is dit artikel tevens gepubliceerd in het Brabants Dagblad.

 

Download bijlage: Artikel Brabants Dagblad 5 november 2008 (PDF, 91 KB)

 

Advocaten:

»  mr. T. (Tim) Segers

 

« terug