» Arbeidsrecht

Kan een werknemer doen en laten wat hij wil in zijn vrije tijd?
(13 januari 2009)

Werkgevers hebben belang bij een gezonde levensstijl van hun werknemers. Een gezonde werknemer is immers productiever en zal minder snel ziek worden. Bovendien geldt voor zieke werknemers een loondoorbetalingsplicht van de werkgever. Hierdoor is het verleidelijk voor de werkgever om zich te bemoeien met de gezondheid en levensstijl van zijn werknemers. De vraag is echter hoever de werkgever hierin kan gaan?

Een werkgever heeft zich te houden aan het bepaalde in artikel 10 van de Grondwet. Dit artikel bepaalt dat een ieder recht heeft op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer, ook wel het recht op privacy genoemd. Onder bepaalde omstandigheden is het echter mogelijk dat een werkgever inbreuk maakt op dit grondrecht. Zo kan het redelijk zijn om een beperking van een grondrecht expliciet overeen te komen met een werknemer, bijvoorbeeld in de arbeidsovereenkomst. De inbreukmakende afspraak moet dan wel een legitiem doel dienen en een geschikt middel zijn om dat doel te bereiken (noodzakelijkheidscriterium).

Verder moet beoordeeld worden of de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de werknemer evenredig is in verhouding tot het belang van de werkgever bij het bereiken van het beoogde doel (proportionaliteitscriterium), en of de werkgever dat doel redelijkerwijs op een minder ingrijpende wijze kon bereiken (subsidiariteitscriterium).

De laatste jaren zijn er verschillende rechterlijke uitspraken verschenen waarin de werkgever op een gerechtvaardigde manier inbreuk maakte op het recht op privacy van de werknemer.

Anti-drugsbeleid
Zo oordeelde de Hoge Raad onlangs dat het antidrugsbeleid van een Amerikaanse hotelketen weliswaar inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van haar werknemers, omdat het gebruik van cocaïne in de privé-tijd niet mogelijk is zonder het risico van ontslag op staande voet, maar dat deze inbreuk geoorloofd was omdat het voldeed aan het noodzakelijkheids-, proportionaliteits- en subsidiariteitscriterium. Hierbij speelde een rol dat werkneemster een verklaring had ondertekend waarmee zij akkoord ging met het antidrugsbeleid. Ook hechtte de Hoge Raad belang aan het feit dat zij na haar positieve drugstest had geweigerd deel te nemen aan een rehabiliteitsprogramma. In de belangenafweging werd vervolgens meer gewicht toegekend aan het belang van de werkgeefster bij het behoud van haar goede naam en aantrekkelijkheid voor haar gasten dan aan het belang van de werkneemster om in haar vrije tijd cocaïne te kunnen gebruiken.

CAO
Ook oordeelde de Hoge Raad dat een werkgever de in de CAO overeengekomen loonaanvulling tot 100% mocht weigeren te betalen aan een zieke vrachtwagenchauffeur die zijn arbeidsongeschiktheid aan zichzelf te wijten had door bij het zaalvoetballen geblesseerd te raken. De CAO bood daarvoor ruimte indien de arbeidsongeschiktheid door schuld of toedoen van de werknemer was veroorzaakt. Daarvan was in casu sprake, omdat de werknemer al meerdere malen langdurig geblesseerd was geraakt aan zijn knie en zijn werkgever er daarom meerdere malen bij hem op had aangedrongen een minder risicovolle sport te gaan beoefenen. Dat het weer mis ging en de arbeidsongeschiktheid opnieuw intrad, had de werknemer aldus kunnen voorzien en hij had nagelaten daartegen maatregelen te nemen. De vrachtwagenchauffeur behield (uiteraard) wel zijn wettelijke aanspraak op 70% van het loon.

Verder blijkt dat de invloed van de werkgever op het privé-leven van zijn werknemers groter wordt naarmate de aard van de arbeidsovereenkomst dan wel de functie van de werknemer een verzwaarde zorgvuldigheidsplicht meebrengt. Zo mag er absoluut geen twijfel bestaan over de integriteit van de politieagent of de burgemeester. Maar ook medewerkers van banken en verzekeraars behoren een ongeschonden blazoen te hebben. Werknemers met een representatieve functie kunnen evenmin doen en laten wat ze willen in hun vrije tijd. Zo hebben bijvoorbeeld presentatoren van televisieprogramma’s een meer dan gemiddelde publieke functie en mag de werkgever hoge eisen stellen aan hun geloofwaardigheid en integriteit.

Conclusie
Kortom, het staat werkgevers vrij om in een bepaalde mate invloed uit te oefenen op het privé-leven van haar werknemers. Het beoefenen van blessuregevoelige sporten, drank- en drugsgebruik en andere gezondheidschadende gedragingen in de privé-sfeer kunnen van invloed zijn op de rechten die de werknemer aan de arbeidsovereenkomst kan ontlenen of zelfs op het voortbestaan van de arbeidsovereenkomst. In veel gevallen blijkt een beroep op het recht op privacy van de werknemer hem niet veel te helpen, het is immers geen absoluut recht.

 

Advocaten:

»  mr. J.A.J.A. (Joris) Luijten

 

« terug