» Ondernemingsrecht

Goed beslagen ten ijs!
(7 augustus 2008)

Iedere ondernemer krijgt er waarschijnlijk vroeg of laat een keer mee te maken: beslag op gelden en/of (on)roerende zaken. Op het moment dat het beslag wordt gelegd, wordt de bestaande toestand bevroren. Dit betekent dat (on)roerende zaken niet meer kunnen worden verkocht en gelden op de bankrekening – voor zover door het beslag getroffen – worden geblokkeerd. De grote vraag voor de praktijk luidt dan ook: hoe kom ik zo snel mogelijk van het beslag af, en onder welke voorwaarden kan dat het beste gebeuren? Een uitspraak van de Rechtbank Leeuwarden van 18 juli 2008 leert ons wederom dat het opheffen van een beslag gepaard gaat met risico’s.

Aan degene die beslag legt ten laste van een ander kunnen verschillende doelen voor ogen staan. Bijvoorbeeld kan beslag worden gelegd op het vermogen (hieronder vallen zowel (on)roerende zaken als gelden) van de debiteur, zulks ter verhaal van een vordering. Ook kan beslag worden gelegd op (on)roerende zaken, zulks ter afgifte daarvan. In ieder geval zal het beslag worden ervaren als een valbijl: vanaf dat moment mag men de beslagen zaken niet meer verkopen en de gelden niet meer vervreemden.

Veelal dient het leggen van beslag om rechten veilig te stellen in afwachting van een beoordeling door een rechter. Deze vorm van beslag noemt men dan ‘conservatoir beslag’. Conservatoir beslag mag slechts worden gelegd op basis van een door de voorzieningenrechter gegeven verlof. Het verlof tot het leggen van conservatoir beslag wordt in de praktijk vrij snel verleend, namelijk indien summierlijk blijkt van de deugdelijkheid (lees: gegrondheid) van de vordering waarvoor het beslag wordt gelegd. Nadat het beslag is gelegd, dient het te worden gevolgd door een zogenaamde ‘eis in de hoofdzaak’, veelal een gerechtelijke of arbitrale procedure, die binnen een door de voorzieningenrechter bepaalde termijn dient te worden ingesteld.

In de tijd tussen de beslaglegging en bijvoorbeeld het eindvonnis c.q. eindarrest blijft het conservatoir beslag liggen. Dit kan erg lastig zijn, zeker wanneer men beseft dat een gerechtelijke procedure enige jaren kan duren. De vraag rijst dan al snel hoe het beslag zo spoedig mogelijk kan worden opgeheven. Mogelijk kan een kort geding de gewenste uitkomst bieden.

Kort geding

Volgens artikel 705 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (‘Rv’) is de voorzieningenrechter die verlof tot het leggen van beslag heeft gegeven, bevoegd het beslag in kort geding op te heffen. Het artikel bepaalt dat beslagen kunnen worden opgeheven, indien

  • er sprake is van verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen;
  • summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of het onnodig zijn van het beslag of;
  • zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld.

De rechter kan evenwel ook in andere gronden aanleiding vinden het beslag op te heffen, bijvoorbeeld indien het beslag ten onrechte is gelegd op goederen van een derde, er is gedagvaard tegen een onnodig ver verwijderde datum of indien vormfouten, die niet tot verval of nietigheid leiden, dermate ernstig zijn dat het beslag moet worden opgeheven.

Indien er geen tekortkomingen zijn die leiden tot de nietigheid van het beslag blijven er, kort gezegd, twee gronden over voor het opheffen van een beslag: het summierlijk blijken van de ondeugdelijkheid van de vordering en het bieden van zekerheid voor de gepretendeerde vordering. In de praktijk blijkt het echter moeilijk om aan te tonen dat ‘summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van de vordering’. Het moet dan immers evident (zonder inhoudelijke toetsing door een rechter) zijn dat een vordering ondeugdelijk is. Daarvan is lang niet altijd sprake.

Zekerheid

In de praktijk is het aanbieden van zekerheid door de beslagdebiteur derhalve het meest gebruikte middel om tot een spoedige opheffing van de gelegde beslagen te komen. Nadat een beslagdebiteur immers voldoende zekerheid heeft aangeboden, zal een beslaglegger moeten overgaan tot opheffing van het beslag. Als zekerheid kan bijvoorbeeld dienen het vestigen van een hypotheekrecht op onroerend goed of het afgeven van een bankgarantie of depot. Met name het (doen) afgeven van een bankgarantie is een erg populair middel tot het verstrekken van zekerheid.

Een bankgarantie dient zorgvuldig te worden geredigeerd, hetgeen ook blijkt uit diverse uitspraken van rechtbanken en gerechtshoven. Zo is voor de praktijk relevant de vraag of nog in kort geding teruggave van de bankgarantie kan worden gevorderd, indien “vrijwillig” vervangende zekerheid is geboden in de vorm van een bankgarantie.  

Een aantal voorzieningenrechters (de rechter in kort geding) beantwoordde vorenstaande vraag in negatieve zin: het recht op een kort geding was door het stellen van een bankgarantie prijsgegeven. Zo diende de voorzieningenrechter van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch te oordelen over een geval, waarin – teneinde tot opheffing van het beslag te geraken – door de beslagene een bankgarantie was gesteld waarin de hierna volgende bepaling voorkwam[1]:

“ (…) zulks tot (…) zekerheid voor de richtige nakoming van (…) al datgene, tot betaling waarvan de hoofdschuldenaar (…) ingevolge in kracht van gewijsde gegane beslissing van de bevoegde rechter, (…) zal blijken verplicht te zijn.”

Volgens de voorzieningenrechter houdt een redelijke uitleg van deze bepaling in dat de bankgarantie bedoeld is om voort te duren totdat over de vordering waarvoor de zekerheid werd gesteld bij einduitspraak (waartegen geen hoger beroep of cassatie meer mogelijk is, ook wel ‘kracht van gewijsde’ genoemd) is beslist.

Dat het hier om een standaardbepaling gaat, doet naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet ter zake: het stond partijen vrij om afzonderlijk overeen te komen dat de garantie ook zou eindigen en worden teruggegeven indien de vordering in eerste aanleg zou worden afgewezen, ongeacht daartegen ingesteld hoger beroep.
De voorzieningenrechter van de Rechtbanken Utrecht, Zwolle en Amsterdam oordeelden in vergelijkbare zin.[2]Uit een tweetal arresten van Hof Amsterdam blijkt dat dit Hof zich bij de hiervoor vermelde gedachtegang aansluit en oordeelt dat de steller van de bankgarantie slechts aan de gevolgen van de zekerheidstelling kan ontkomen indien het overeenkomstenrecht daartoe openingen c.q. mogelijkheden biedt.[3]

Het belang van een zorgvuldige formulering van de af te geven bankgarantie wordt nogmaals bevestigd in een uitspraak in kort geding van de rechtbank Leeuwarden van 18 juli 2008[4].

De kwestie betrof de verkoop van aandelen in een aantal vennootschappen, actief in de bouw en projectontwikkeling: ‘de BBF-groep’. Fricorp B.V. (‘Fricorp’) was de houdstermaatschappij van deze vennootschappen en had het voornemen om haar aandelen in de BBF-groep te verkopen. Nadat onderhandelingen met Heijmans N.V. (‘Heijmans’) mislukten, schakelde zij MultiQuest N.V. (‘MultiQuest’) in om tot verkoop van de aandelen te komen, een en ander tegen een overeengekomen vergoeding. Nadat Fricorp van de BBF-groep evenwel alsnog – zelfstandig – met Heijmans overeenstemming bereikte over de aankoop van de vennootschappen, weigerde Fricorp MultiQuest de overeengekomen vergoeding te betalen.

MultiQuest legde vervolgens conservatoir beslag op twee onroerende zaken en op gelden van Fricorp, welke beslagen vervolgens werden opgeheven doordat Fricorp een bankgarantie stelde. Deze bankgarantie bood genoegzame zekerheid en kon eerst worden ingeroepen nadat de beslissing, waarbij een einde aan het geschil is gemaakt, in kracht van gewijsde is gegaan. De bankgarantie werd later omgezet in een depot, onder dezelfde voorwaarde als waarvoor de bankgarantie werd afgegeven. Vervolgens dagvaardde Fricorp MultiQuest voor de rechtbank Rotterdam.

Bij vonnis d.d. 16 april 2008 besliste de rechtbank Rotterdam dat Fricorp aan MultiQuest een bedrag van bijna twee miljoen euro diende te betalen, omdat zij gehouden was met Fricorp af te rekenen in overeenstemming met de gemaakte afspraken over de vergoeding. MultiQuest ging vervolgens over tot het uitwinnen van het depot. Fricorp verzette zich daartegen op de grond dat het depot pas kon worden uitgewonnen nadat een in kracht van gewijsde gegane beslissing zou zijn verkregen. De rechtbank Leeuwarden oordeelde echter dat:

“..noch bij het maken van de afspraken omtrent de bankgarantie, noch bij het maken van de afspraken omtrent het omzetten [..] in een depot gesproken is over de vraag of MultiQuest een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis dat nog niet in kracht van gewijsde was gegaan zou mogen executeren.
[..]
H
et verbiedt MultiQuest niet om dit vonnis buiten de bankgarantie om te executeren.”

Het enkele feit dat in de bankgarantie niet is opgenomen dat deze pas kon worden uitgewonnen nadat een in kracht van gewijsde gegaan vonnis zou zijn verkregen, heeft ervoor gezorgd dat het depot kon worden uitgewonnen, zelfs nadat de procedure in hoger beroep nog voort zou duren.

Conclusie

Het (doen) afgeven van een bankgarantie door een beslagdebiteur is in de praktijk een veelgebruikt middel om tot opheffing van een ten laste van hem gelegd conservatoir beslag te komen. Evenwel dient de beslagdebiteur te waken voor valkuilen bij het afgeven van een bankgarantie, omdat deze ervoor kunnen zorgen dat hij onverplicht rechten prijs geeft. Een beslagdebiteur doet er goed aan juridisch advies in te winnen over de specifieke voorwaarden waaronder de bankgarantie zal worden afgegeven. Op deze manier komt hij goed beslagen ten ijs!

[1] Vzr. Rechtbank ’s-Hertogenbosch 2 mei 2002, NJ 2002, 512.
[2] Vzr. Rechtbank Utrecht 28 juli 2005, JBPr 2005/76, Vzr. Rechtbank Zwolle 18 september 2003, NJF 2004, 99, Vzr. Rechtbank Amsterdam 18 maart 2004, NJF 2004, 275. Rechtbanken die anders oordeelden zijn Rechtbank ’s-Gravenhage 23 januari 1985, KG 1985/46 en Rechtbank Middelburg 9 april 1987, SES 1987/126 en 19 september 1993, KG 1993/365
[3] Hof Amsterdam 23 maart 2006, NJF 2006/305 en nr. 1605/05 KG (niet gepubliceerd).
[4] Vzr. Rechtbank Leeuwarden 18 juli 2008, LJN: BD7682.

 

Advocaten:

»  mr. P. (Paul) Koeslag

 

« terug