
De DGA en alimentatieverhaal
(17 februari 2001)
De frustraties, die een echtscheiding(sprocedure) bij een van de echtelieden
teweeg kan brengen, leidt er soms toe dat de alimentatieplichtige partij (laten
we die hierna gemakshalve “de man” noemen) weigert aan zijn
alimentatieverplichtingen te voldoen. De alimentatiegerechtigde (hierna: “de
vrouw”) kan dan na betekening van de alimentatiebeslissing overgaan tot
beslaglegging. Met name loonbeslag biedt een probaat middel om de vastgestelde
bijdragen toch binnen te krijgen. Is de man echter directeur–grootaandeelhouder
(dga), dan heeft hij onder omstandigheden de mogelijkheid om loonbeslag te
frustreren. Op welke wijze zal de vrouw verhaal kunnen zoeken?
Casus Man en
vrouw besluiten medio 1998 te gaan scheiden. De man betrekt een huurhuis en de
vrouw blijft met twee kinderen van 4 en 2 jaar oud in de echtelijke woning, die
eigendom is van partijen, wonen. De man is ondernemer. Hij drijft die
onderneming in de vorm van een vennootschapsconstructie. De aandelen van de
moedervennootschap behoren tot de huwelijkse gemeenschap. Een mogelijke
toekomstige verdeling van die huwelijkse gemeenschap zou kunnen zijn dat aan de
vrouw de echtelijke woning onbelast wordt toebedeeld, vermeerderd met een som
geld en dat de tot de huwelijkse gemeenschap behorende aandelen van de
onderneming aan de man zullen toekomen. Aanvankelijk betaalt de man het
huishoudgeld door. Op 1 april 1999 stopt hij echter plotsklaps met het betalen
van huishoudgeld en hypotheeklasten. De vrouw vraagt voorlopige voorzieningen en
een definitieve alimentatieuitspraak. Beide worden toegewezen. Uiteindelijk moet
de man een alimentatie van ƒ 500,- per maand voor ieder van de kinderen en ƒ
5.400,- per maand voor de vrouw betalen. De man legt evenwel die beslissingen
naast zich neer.
Daardoor komt de vrouw in een moeilijke situatie terecht.
Met kleine kinderen thuis heeft zij geen mogelijkheid een inkomen te verwerven.
Zou zij al een baan kunnen vinden, dan loont dat niet echt, gelet op de
oppaskosten. De vrouw heeft geen middelen om de hypotheeklasten te voldoen en de
bank dreigt met executie van de woning, die de vrouw graag zou willen blijven
bewonen. Voor de kosten van dagelijks levensonderhoud is geen geld. Banken zijn
niet bereid financieringen te verstrekken en voor een uitkering komt de vrouw
niet in aanmerking. Hoewel de onderneming van de man ieder jaar forse winsten
genereert, geniet de man als dga een arbeidsinkomen van slechts ƒ 85.000,- per
jaar. Hij heeft geen roerende goederen en liquide middelen, want de man zorgt
ervoor dat het vermogen in de onderneming blijft.
Verhaalsmogelijkheden
In
het algemeen is loonbeslag een probaat middel om de alimentatieplichtige tot
betaling te dwingen. Zijn inkomen is de basis voor de alimentatiebeslissing. Dat
inkomen bestaat over het algemeen uit looninkomsten en daarop kan genoegzaam
beslag gelegd worden. De werkgever is dan verplicht om maandelijks van het loon
aan de vrouw af te dragen, hetgeen resteert boven de beslagvrije voet. Hetgeen
resteert na aftrek van de beslagvrije voet biedt voor de alimentatiegerechtigde
voldoende ruimte om het toegekende bedrag te verhalen.
Als de
alimentatieplichtige man een eigen onderneming heeft, waarin hij alleen of als
vennoot onder firma werkzaam is, dan is er ook zelden een probleem. Beslag kan
worden gelegd op een van de rekeningen van de onderneming. Biedt dat geen
perspectief, dan biedt executoriaal beslag op een bedrijfsauto of andere
bedrijfsmiddelen zeker uitkomst.
Is de alimentatieplichtige man echter dga,
dan bepaalt hij binnen zekere fiscale grenzen de hoogte van zijn eigen loon.
Door dat loon kunstmatig laag te houden, kan de man de verhaalsmogelijkheden
(door middel van loonbeslag) minimaliseren. Als de man ten behoeve van “leuke
dingen voor zichzelf” over extra financiële ruimte wil beschikken, neemt hij
rekening-courant gelden uit de onderneming op of kent hij als aandeelhouder aan
zichzelf in privé een dividend toe. De onderneming van de man kan “bulken van
het geld” en de man kan daarvan opnemen, hetgeen hij nodig heeft voor leuke
dingen, maar de vrouw en de kinderen hebben het hongerige nakijken.
Een voor
de hand liggende oplossing is executoriaal beslag op de tot de huwelijkse
gemeenschap behorende aandelen, maar dat levert niet het gewenste resultaat op.
Als gedwongen verkoop van de aandelen al realiseerbaar is, dan is de opbrengst
meestal veel lager dan de werkelijke waarde van de aandelen. Daardoor schaadt de
vrouw ook zichzelf. Verder duurt het veel te lang voordat beslag op aandelen
liquiditeiten oplevert, terwijl de vrouw onmiddellijk geld nodig heeft. Een
oplossing zou misschien kunnen worden gevonden, als de weigering van de man om
zijn salaris zodanig te verhogen dat daaruit de opgelegde alimentaties kunnen
worden voldaan, zou kunnen worden geduid als een onrechtmatige daad van de
vennootschap.
Doorbraak van aansprakelijkheid
Op 3 april 1992 wees de Hoge
Raad een arrest in een ondernemingsrechtelijke zaak, te weten het arrest Van
Waning/Van der Vliet (NJ 1992, 411 met noot MA en AA 1993, pagina 201 tot en met
207, met noot van prof. mr. M.J.G.C. Raaijmakers). De casus was de volgende.
Van Waning heeft krachtens vonnis ongeveer ƒ 26.000,- te vorderen van Van
der Vliet Jachtmakelaars B.V., zijn voormalige werkgeefster. Van die
vennootschap is de heer Van der Vliet enig bestuurder. Alle aandelen in de
dochtervennootschap Jachtmakelaars worden gehouden door de moedervennootschap
Van der Vliet Maritiem B.V. Daarvan is de heer Van der Vliet enig bestuurder en
aandeelhouder.
Van der Vliet is het niet eens met het vonnis. Hij vindt het
toegewezen bedrag te hoog en biedt Van Waning een lagere regeling aan, waarvoor
de dochtervennootschap een lening van de bank kon krijgen. Van Waning accepteert
dat voorstel niet. Pogingen om de dochtervennootschap tot betaling te dwingen
hebben geen succes. De dochtervennootschap heeft geen vermogen en Van Waning is
enig crediteur, zodat een faillissementsverzoek strandt. Daarom spreekt Van
Waning Van der Vliet persoonlijk aan op grond van de stelling dat hij jegens hem
onrechtmatig handelt door uit verontwaardiging over het vonnis van de
kantonrechter en de weigering van Van Waning om het aangeboden bedrag te
accepteren, te beslissen dat de dochtervennootschap niet betaalt.
De
president van de Arrondissementsrechtbank wijst de vordering in kort geding
gedeeltelijk toe. Het Gerechtshof wijst de vordering in hoger beroep af op grond
van de overweging dat een bestuurder van een B.V. als vertegenwoordiger van de
B.V. niet persoonlijk aansprakelijk is voor de verplichtingen van de B.V.,
zolang er sprake is van betalingsonmacht van de B.V. De Hoge Raad casseert en
overweegt dat het Hof voor de vraag stond of het niet betalen door de
vennootschap wordt veroorzaakt door onwil aan de zijde van Van der Vliet.
Daarbij overweegt de Hoge Raad, dat de betaling van een schuld niet noodzakelijk
behoeft te geschieden uit voor verhaal vatbare vermogensbestanddelen, maar ook
kan plaatsvinden uit gelden die de vennootschap ter beschikking staan krachtens
een bestaande of nog te verkrijgen kredietfaciliteit. Niet uitgesloten is
volgens de Hoge Raad dat degene, die de volledige zeggenschap over de
vennootschap heeft, jegens de betreffende schuldeiser onrechtmatig handelt door
na te laten ervoor te zorgen dat van deze mogelijkheden gebruik wordt gemaakt.
De Hoge Raad vernietigt dan het arrest van het Gerechtshof.
Advocaten:
» mr. dr. L.H.M. (Louis) Zonnenberg









