
Nieuwe huisstijl & opzegging door de werknemer
(1 oktober 2001)
Per 1 oktober 2001 is de advocatuur van het voormalige Banning De Ruijter & Wiegman gebundeld in het kantoor BANNING met 38 advocaten en een nieuwe huisstijl. Vandaar ook de nieuwe vormgeving en naamgeving van de BRW Nieuwsbrief tot BANNING Bulletin
Vaste jurisprudentie
De Hoge Raad heeft in verschillende arresten beslist dat
aan de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werknemer zware eisen moeten
worden gesteld. In ieder geval moet het gaan om een ondubbelzinnige en
duidelijke wilsverklaring gericht op de beëindiging van het dienstverband. Een
emotionele uitbarsting in de trant van: "maak de ontslagpapieren maar klaar"
wordt doorgaans onvoldoende gevonden. Ook onduidelijke of voor meerdere uitleg
vatbare uitingen zullen niet als voldoende gelden.
Recente
uitspraken
In een tweetal zeer recent gepubliceerde uitspraken (Kantongerecht
te Amsterdam van 17 juli 2001 en President Rechtbank te Utrecht van 2 augustus
2001) is een opzegging door de werknemer aan de orde. De eerste uitspraak wekt
meer verbazing dan de tweede.
Kantongerecht
Amsterdam
Werknemer is 14 jaar in dienst bij een restaurant en in het
verleden al aangesproken op drankgebruik tijdens en na het werk. Op een dag in
april 2001 komt de werknemer dronken op het werk om nog diezelfde dag naar huis
te gaan, zonder te hebben gewerkt. Enkele dagen nadien krijgt de werknemer zijn
salaris uitbetaald, berekend tot de dag waarop hij dronken is verschenen en
heeft hij afscheid van collega's genomen. Een maand later stelt de werknemer dat
geen sprake is van beëindiging van het dienstverband en maakt hij aanspraak op
loondoorbetaling. In de spoedprocedure die volgt, oordeelt de Kantonrechter dat
de werkgever zich had moeten realiseren dat de werknemer door zijn dronkenschap
niet ten volle besefte wat hij deed en de medewerker bovendien zijn rechten op
een WW-uitkering zou verliezen bij ontslagname. De werkgever had zich er beter
van moeten vergewissen dat de werknemer daadwerkelijk een beëindiging van het
dienstverband nastreefde en niet mogen aannemen dat de ontvangst van het
loonsaldo en het afscheid nemen van collega's afdoende zou zijn. Vanaf de datum
van loonaanspraak in mei 2001 wordt de werknemer loon toegekend tot de
beëindigingsdatum van het dienstverband.
President
Rechtbank Utrecht
Werknemer wordt (naar later blijkt ten onrechte) verdacht
van sexuele intimidatie. Bij gelegenheid van een indringend gesprek met een
drietal bestuursleden van de stichting -werkgever- waarbij gedreigd wordt met
een gerechtelijke procedure en het inschakelen van de politie, tekent de
werknemer een door de werkgever tevoren opgestelde opzeggingsbrief, inhoudend
dat de werknemer het dienstverband opzegt. Geen gelegenheid werd geboden tot het
inschakelen van een raadsman of het nemen van een zodanige hoeveelheid tijd dat
de werknemer zijn beslissing goed kon overwegen. De President acht het onder de
geschetste omstandigheden onjuist om de werknemer te houden aan zijn ontslagname
en veroordeelt de werkgever tot loondoorbetaling.
Conclusie
De
meest voor de hand liggende conclusie is dat de werkgever niet te snel moet
denken dat de werknemer het dienstverband heeft opgezegd en dat de
loondoorbetaling kan worden gestaakt. Een duidelijke, expliciete en
ondubbelzinnige opzeggingsbrief van de hand van de werknemer zelf verdient
altijd de voorkeur. De werkgever moet rekenen met emotionele of onbezonnen
opwellingen dan wel met een werknemer die de draagwijdte van zijn beslissing
niet kan overzien. Werkgevers die denken voordeel te hebben bij enige eigenlijke
of oneigenlijke pressie op een werknemer zullen eveneens een groot risico lopen
uiteindelijk het onderspit te moeten delven.
Advocaten:









