
Wederom: knelpunten Tremanormen
(17 oktober 2001)
De alimentatiekwestie is een zeer belangrijk onderdeel van de
familierechtpraktijk. Scheidende mensen vragen steeds naar normen, aan de hand
waarvan een rechtvaardige alimentatie kan worden vastgesteld.
Advocaten-scheidingsbemiddelaars gebruiken het Tremamodel als uitgangspunt. Zij
stuiten vaak op een minder rechtvaardige normering en dienen daarin correcties
aan te brengen. Rechters zullen over het algemeen het Tremamodel als
uitgangspunt hanteren, met de bedoeling aldus te komen tot een gelijke
beoordeling van de verschillende gevallen. De normering, zoals die is opgenomen
in het Tremamodel dient goed te zijn.
Discussie over normering
Het
alimentatiemodel, dat de Werkgroep Alimentatienormen van de Nederlandse
Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) heeft ontwikkeld, biedt een handzaam middel
om te komen tot een correcte berekening van de draagkracht van een
alimentatie-plichtige en de behoefte van een alimentatiegerechtigde. Bovendien
is door middel van dat rekenmodel ook draagkracht-vergelijking mogelijk. Op die
wijze kan worden uitgerekend bij welk alimentatiebedrag beide partijen in een
gelijke financiële positie verkeren.
Een aantal malen is in het verleden
opbouwende kritiek geuit met betrekking tot de normering, zoals de Commissie
Alimentatienormen die heeft vastgesteld. In niet mis te verstane woorden heeft
mr. P. ten Hoeve, voormalig secretaris van de Werkgroep Alimentatienormen (NJB
24 mei 1996 pag. 793 e.v.) aangegeven, in welke gevallen de Tremanormen tot
onrechtvaardige resultaten leiden. Hij geeft in het hiervoor genoemde artikel,
dat nog niets aan actualiteit heeft ingeboet, aan op welke wijze de
alimentatienormen verbeterd kunnen worden. Hij deed een “bikkelhard” voorstel
tot wijziging. Voor zover mij bekend, heeft de Werkgroep Alimentatienormen
daarop niet gereageerd.
In mijn artikel “Trematologie II, een heldere blik op
alimentaties……………………………… “ (EB november/december 1996, nummer 11/12) bepleitte
ik een aantal andere aanpassingen van de Tremanormen. Enkele van die
aanpassingen, zoals die welke betrekking heeft op de auto van de zaak en die met
betrekking tot de bijstandsnorm voor levensonderhoud van gezinnen met meer dan
twee kinderen, gebruik ik in mijn scheidings-bemiddelingspraktijk vrijwel
altijd. Scheidende mensen achten wijziging van die normen, zoals die door Trema
zijn voorgeschreven, noodzakelijk. Zij zien in dat anders geen rechtvaardige
regeling kan worden bereikt. Desalniettemin heeft de Werkgroep Alimentatienormen
die wijzigingsverzoeken bij mijn weten nog niet aan een herbeoordeling
onderworpen.
De Commissie Knelpunten Tremanormen van de Vereniging van
Personen- en Familierecht Advocaten (VPFA) heeft aan de werkgroep
Alimentatienormen acht suggesties voor wijziging gedaan. Ik verwijs naar mijn
artikel in EB van juni 1998, waarin die wijzigingsvoorstellen zijn omschreven.
De betreffende commissie bestaat uit tien advocaten (veelal ook
scheidingbemiddelaars), verspreid over Nederland, die zich intensief met het
familierecht (en dus met het alimentatierekenen) bezighouden en die unaniem van
mening waren en zijn, dat herijking van de Tremanormen gewenst is. De Werkgroep
Alimentatienormen heeft op die aangedragen knelpunten gereageerd. De Commissie
Knelpunten Tremanormen is teleurgesteld over het resultaat van die reactie. Geen
van de door ervaren advocaten gedane suggesties is overgenomen.
Een korte
schets van de acht door de Commissie Knelpunten Tremanormen gedane
wijzigingsvoorstellen is te vinden in het hiervoor genoemde, in EB van juni 1998
gepubliceerde artikel. Hierna zal de reactie van de Werkgroep Alimentatienormen
worden samengevat en van commentaar worden voorzien.
Advocaten:
» mr. dr. L.H.M. (Louis) Zonnenberg









