» Personen- & Familierecht

Convenant, beschikking en executie
(17 januari 2002)

In een eenzijdig verzoek tot echtscheiding kan aan de rechter worden gevraagd de diverse, in artikel 827 Rv genoemde nevenvoorzieningen te treffen. Dat geldt zeker sedert 2 maart 2001, toen een verruiming van artikel 827 Rv in werking is getreden. De beschikking, gegeven naar aanleiding van een eenzijdig verzoekschrift, zal vaak diverse executoriale titels bevatten. Partijen die een gemeenschappelijk verzoekschrift tot echtscheiding indienen, blijken vaak behoefte te hebben aan een beschikking, waarin de onderling gemaakte afspraken zijn verwoord. Bij niet voldoening aan de gemaakte afspraken moet het immers mogelijk zijn de beschikking te executeren. Rechtbanken blijken echter verschillende beslissingen te geven ten aanzien van de bij gemeenschappelijk verzoekschrift verzochte nevenvoorzieningen.
Wettelijke bepalingen
De rechtspleging in scheidingszaken is geregeld in de artikelen 814 tot en met 827 Rv. Die artikelen hebben alle betrekking op zowel een gemeenschappelijk als een eenzijdig verzoek tot echtscheiding, behoudens wanneer het betreffende artikel met zoveel woorden aangeeft dat het slechts voor één van de twee procedures geldt. Zo zijn de artikelen 816 en 817 Rv gereserveerd voor een eenzijdig verzoekschrift en artikel 819 Rv voor een gemeenschappelijk verzoek. 827 Rv, waarin de door de rechter te treffen nevenvoorzieningen zijn opgesomd, geldt zowel voor eenzijdige als gemeenschappelijke verzoekschriften. Verder gelden voor beide verzoekschriften de algemene bepalingen voor verzoekschriften, te vinden in de artikelen 429 a tot en met t Rv. In artikel 819 Rv is het navolgende bepaald:
"Betreft het een gemeenschappelijk verzoek, dan kan de rechter de getroffen onderlinge regelingen, daaronder begrepen afspraken omtrent uitkeringen tot levensonderhoud en omtrent de kosten van verzorging en opvoeding van een minderjarige, geheel of gedeeltelijk in de beschikking opnemen".
Voor wat betreft de materieelrechtelijke bepalingen, die betrekking hebben op echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed wordt verwezen naar de artikelen 1: 150 tot en met 183 BW. Vermeld zij in dit kader dat artikel 1: 173 lid 1 BW met ingang van 1 juni 2001 is gewijzigd. De scheiding van tafel en bed komt sedertdien niet tot stand door het in kracht van gewijsde gaan van de beschikking, waarin scheiding van tafel en bed is uitgesproken, maar door inschrijving van die beschikking in het huwelijksgoederenregister.
Voor gemeenschappelijke verzoekschriften gelden derhalve nagenoeg dezelfde wetsartikelen als voor eenzijdige verzoekschriften. Toch blijkt het in de praktijk veel moeilijker executoriale beslissingen te verkrijgen na het indienen van gemeenschappelijke verzoekschriften, dan als gevolg van eenzijdige verzoeken. Verwezen wordt ook naar mijn artikel "Boedelscheiding opnemen in beschikking", verschenen in EB december 1998 pagina 3 tot en met 6.
Executoriale titel
Scheidende echtelieden hebben er belang bij dat concrete beslissingen of afspraken, die na echtscheiding moeten worden nagekomen, zorgvuldig en duidelijk worden vastgelegd in een convenant en in een beschikking. Dat belang zou niet zo groot zijn, als iedereen nakomt of uitvoert hetgeen is afgesproken of door de rechter is opgelegd. Dat iedereen doet hetgeen hij/zij heeft toegezegd of de rechter heeft opgelegd, is echter een utopie. Blijkt één der partijen na echtscheiding toch niet trouw te zijn aan het gegeven woord, dan moet de andere partij op eenvoudige wijze nakoming kunnen afdwingen. Partijen die op gemeenschappelijk verzoek gaan scheiden, hebben evenveel belang bij een executoriale titel als partijen die een eenzijdig verzoekschrift indienen.
Ook wanneer een gemeenschappelijk verzoekschrift volgt op een geslaagde scheidingsbemiddeling, is het van belang, dat gemaakte afspraken direct afdwingbaar zijn. Er is niets op tegen de rechter te vragen, die afspraken in de beschikking op te nemen. De partij die daar bezwaar tegen maakt, laadt de verdenking op zich niet onder alle omstandigheden bereid te zijn het afgesprokene na te komen.
Een executoriale titel kan worden gevraagd ten aanzien van diverse voorzieningen. De in een convenant opgenomen afspraken met betrekking tot partner- en kinderalimentatie behoren in een beschikking te worden vastgelegd. Een advocaat die nalaat vastlegging in een beschikking te vragen, besteedt onvoldoende zorg aan de belangen van de alimentatiegerechtigde en handelt derhalve in strijd met de gedragsregels. Het verdient sterke aanbeveling om in het petitum van een verzoekschrift met zoveel woorden aan de rechtbank te vragen "te bepalen, dat de een zal bijdragen in het levensonderhoud van de ander (of in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen), met een bepaald bedrag bruto per maand, bij vooruitbetaling per maand aan de alimentatiegerechtigde te voldoen". Daaraan zou kunnen worden toegevoegd: "een en ander overeenkomstig hetgeen partijen in artikel …….. van het op ………. (datum) gesloten echtscheidingsconvenant met elkaar zijn overeengekomen (bij wijze van nevenvoorziening als bedoeld in artikel 827 1 lid a of lid c Rv). Aan het petitum kan voorts worden toegevoegd, het verzoek om te bepalen "dat de alimentatieplichtige gehouden is de executiekosten te betalen, indien en voor zover hij/zij deze door niet (tijdige) betaling veroorzaakt". Sommige rechtbanken verklaren een dergelijk verzoek niet-ontvankelijk, omdat het niet op de wet zou zijn gegrond. Dat is naar mijn mening een onjuiste beslissing, nu een dergelijk verzoek is gegrond op artikel 827 lid 1 a of lid c Rv.

 

Advocaten:

»  mr. dr. L.H.M. (Louis) Zonnenberg

 

« terug