» Vastgoed / Projectontwikkeling

Wetsvoorstel reparatie WVG aangenomen door de eerste kamer
(17 mei 2002)

Als reactie op de "novemberbeschikkingen" van de Hoge Raad heeft een aantal kamerleden van PvdA, CDA en D66 op 22 mei 2001 een initiatief wetsvoorstel ingediend tot reparatie van de Wvg. Het wetsontwerp is begin dit jaar aangenomen door de Tweede Kamer en op 16 april jl. door de Eerste Kamer.

Het zwaartepunt van het voorstel is blijven liggen in reparatie van de artikelen 10 en 26.

In artikel 10 vervallen in het tweede lid de onderdelen d en e en wordt het derde lid vervangen door een nieuwe bepaling, waarin aan de vervreemding krachtens een optieovereenkomst een gelijke werking wordt toegekend als aan de vervreemding ingevolge een koopovereenkomst. In beide gevallen bestaat de aanbiedingsplicht aan de gemeente niet voor zover de vervreemding geschiedt aan een met name genoemde partij en tegen een expliciet genoemde dan wel volgens de overeenkomst bepaalbare prijs, indien de overeenkomst is ingeschreven in de openbare registers voor de dag na de dagtekening van de Staatscourant, waarin het besluit tot het vestigen van een voorkeursrecht bekend gemaakt is en indien de vervreemding geschiedt binnen zes maanden na de dag van inschrijving van de overeenkomst in de openbare registers. De aantrekkelijkheid van anticiperende optie- en koopcontacten wordt verminderd door de bepaling, dat later ingeschreven overeenkomsten geen invloed hebben op het tijdstip, waarop de termijn van zes maanden gaat lopen. Onder later ingeschreven overeenkomsten worden overeenkomsten verstaan, die zijn ingeschreven binnen drie jaar na het tijdstip van de eerste inschrijving. Een keten van telkens opnieuw gesloten en ingeschreven overeenkomsten heeft dus geen effect.

Met de reparatie van artikel 26 Wvg hebben de indieners van het initiatief wetsvoorstel beoogd de Wvg alsnog in overeenstemming te brengen met de beschikkingen van de Hoven, die de Hoge Raad in zijn novemberbeschikkingen in cassatie heeft vernietigd. De Hoge Raad had overwogen, dat vernietiging van rechtshandelingen ex artikel 26 Wvg slechts dan aan de orde was in het geval daadwerkelijk afbreuk gedaan werd aan de gemeentelijke regiefunctie. Het ging volgens de Hoge Raad niet slechts om een afbreuk doen aan de gemeentelijke voorkeurspositie, maar eerst en vooral diende er sprake van te zijn dat de gemeente in haar belang was geschaad. Indien kon worden aangetoond c.q. aannemelijk gemaakt, dat planrealisatie plaats zou vinden overeenkomstig de eisen, die de gemeente daartoe redelijkerwijze mocht stellen, was weliswaar sprake van het ontwijken van de voorkeurspositie, maar werd het belang van de gemeente bij die voorkeurspositie niet geschaad.

Om die reden hebben de initiatiefnemers tot de reparatiewet besloten om uit het eerste lid van artikel 26 de woorden "het belang van de gemeente bij" te laten vervallen. De Tweede Kamer heeft dit inmiddels aanvaard. Het gaat daarbij met name om die rechtshandelingen, die zodanig opgezet zijn dat gedurende het bestaan van het voorkeursrecht geen vervreemding plaatsvindt, maar de beschikkingsmacht over en het economisch belang bij de grond in enigerlei mate aan derden wordt overgedragen.

Voorts heeft het wetsvoorstel een einde gemaakt aan de discussie over het moment, waarop de termijn van acht weken begint te lopen, waarbinnen de gemeente en verzoek ex artikel 26 Wvg bij de rechtbank moet indienen. Bepaald is, dat deze termijn ingaat op het moment, waarop de gemeente een afschrift heeft ontvangen van de akte waarin de betreffende rechtshandeling is vastgelegd.

De reparatiewet kent met name op advies van de Raad van State nog wel een aantal overgangsbepalingen. Optiecontracten, die zijn ingeschreven voor de dag van indienen van het wetsvoorstel (22 mei 2001) blijven vallen onder het huidige systeem van de wet. Voor oudere koopcontracten geldt hetzelfde, mits deze contracten binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de wet in de openbare registers worden ingeschreven. Optiecontracten en koopcontracten, die op of na 22 mei 2001 zijn ingeschreven respectievelijk zijn vastgelegd bij een notariƫle akte dan wel bij geregistreerde onderhandse akte, kennen geen overgangsrechtelijke bescherming en zijn slechts van het voorkeursrecht vrijgesteld, indien de vervreemding geschiedt binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de wet.

Het laat zich aanzien, dat de consequenties van de reparatiewet verstrekkend zijn. Daar staat echter tegenover, dat ook in de parlementaire behandeling nog steeds tot uitdrukking gebracht is, dat het beginsel van zelfrealisatie overeind dient te blijven. De wetgever beoogt een eenvoudige toets los te laten ter onderscheid van ontwijkende constructies enerzijds en bij zelfrealisatie behorende overeenkomsten anderzijds. Bij dit laatste valt te denken aan opdrachten aan aannemers. Het laat zich derhalve verwachten, dat de in de huidige praktijk bestaande varianten worden vervangen door realisatieovereenkomsten en/of overeenkomsten tot het aangaan van een samenwerkingsverband. Wat dit laatste betreft, hebben de indieners de toelichting op hun wetsvoorstel aangegeven, dat ook rechtshandelingen die voorzien in een "gedeeltelijke overdracht" moeten worden beschouwd als rechtshandelingen, die afbreuk doen aan de gemeentelijke voorkeurspositie. Mede gegeven het feit, dat de wetgever het bij de behandeling van het initiatief wetsvoorstel niet heeft aangedurfd het principe van zelfrealisatie ter discussie te stellen, blijft het echter mogelijk andere vormen van samenwerking aan te gaan. De nieuwe procedures zullen ongetwijfeld gaan over de vraag waar de grens ligt tussen overeenkomsten tot (gezamenlijke) realisatie en overeenkomsten waarbij de beschikkingsmacht over de grond en het economisch belang bij de grond aan derden wordt afgestaan.

Wordt vervolgd.

 

 

Advocaten:

»  mr. E. (Eric) Beele

 

« terug