
Evaluatie kantonrechtersformule
(1 februari 2003)
Algemeen: de ontslagvergoeding Iedereen is inmiddels bekend met de zogenaamde kantonrechtersformule, ook wel: ABC-formule. Uit een recent onderzoek onder alle kantonrechters in Nederland blijkt dat deze formule door vrijwel alle kantonrechters nagenoeg altijd wordt toegepast. Deze enquête is de aanleiding voor dit bulletin. Hoe kijkt de meerderheid van de kantonrechters momenteel aan tegen de invulling van de factoren A, B en C (oftewel: de anciënniteitsfactor, de belonings-factor en de correctiefactor) in deze formule?
De overgrote meerderheid van de kantonrechters is tevreden over de
toepasbaarheid van de kantonrechtersformule. Met name de correctiefactor biedt
voldoende ruimte om uitdrukking te geven aan de bedoeling om een billijke
vergoeding toe te kennen. Feitelijk wil niemand toe naar de situatie dat de
ontslagvergoeding een vaste vergoeding vormt, ongeacht de omstandigheden van het
geval.
De
factor A: anciënniteit
Uit de enquête blijkt dat de berekening van het aantal
dienstjaren zelden tot problemen leidt; alleen bij zeer korte dienstverbanden
bestaat in de praktijk nogal eens aanleiding om van de formule af te wijken. Een
kleine meerderheid van de kantonrechters telt wel de periode mee dat een
werknemer als uitzendkracht voor dezelfde werkgever heeft gewerkt. Benadering
door een head hunter blijkt minder snel in de prijzen te vallen. Opmerkelijk is
dat perioden van langdurige arbeidsongeschiktheid, respectievelijk
non-activiteit, zelden in mindering komen op de A-factor. Meestal wordt dit
opgelost via de C-factor.
De
factor B: beloning
Ook hier blijkt de kantonrechtersformule tot op zeer grote
hoogte navolging te vinden. Dat betekent dat de vaste inkomensbestanddelen,
zoals het maandelijks salaris, vakantietoeslag, vaste jaarlijkse uitkeringen,
toeslagen, etc., standaard worden meegeteld. De waarde van het privé-gebruik van
de auto wordt niet meegeteld, evenmin als de door werkgever betaalde premies
voor diverse soorten verzekeringen. In uitzonderlijke gevallen wordt het
werkgeversdeel van de pensioenpremie meegeteld. Wel lijken kantonrechters bereid
om variabele inkomensbestanddelen, zoals het gemiddelde van een jaarlijks
uitgekeerde bonus, tantième of provisie, mee te tellen.
De
factor C: correctiefactor
Omdat de toepassing van de correctiefactor in hoge
mate afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, is het begrip
verwijtbaarheid aan deze of gene zijde van de arbeidsrelatie wel in belangrijke
mate bepalend voor de toepassing daarvan. Daarnaast blijkt uit de enquête dat,
in tegenstelling tot hetgeen altijd werd gedacht, de slechte financiële positie
van de werkgever -mits voldoende aangetoond!- wel degelijk een rol van betekenis
kan spelen bij de vaststelling van de vergoeding. Weinig duidelijkheid bestaat
omtrent heikele punten, zoals wat te doen bij ontbinding van de
arbeidsovereenkomst na langdurige ziekte en dus langdurige loonbetaling van de
werkgever: moet de vergoeding worden verminderd, omdat de werkgever al zo lang
loon heeft doorbetaald? Nog zo’n vraag: een werknemer die langdurig parttime
heeft gewerkt, maar de laatste periode fulltime is gaan werken. Denk aan het
omgekeerde geval: de werknemer verkiest na langdurig fulltime te hebben gewerkt
zelf om parttime te werken. De enquête geeft hierover geen duidelijke
standpunten. Kennelijk zijn de kantonrechters verdeeld en is het maar net waar
de zaak wordt behandeld, hoe met deze materie wordt omgesprongen. Duidelijker
zijn de kantonrechters als de werknemer over een nieuwe baan blijkt te
beschikken: dit behoeft geen reden te zijn om de werknemer in het geheel geen
vergoeding toe te kennen. Ook zijn de kantonrechters in meerderheid geen
voorstander van toekenning van de vergoeding in de vorm van een suppletie op een
uitkering. Uitgangspunt was en blijft de vergoeding als bedrag ineens.
Advocaten:









