» Personen- & Familierecht

Alimentatiebehoefte: recente ontwikkelingen
(29 februari 2004)

In EB januari 2003 vroeg ik aandacht voor de vraag op welke wijze de alimentatiebehoefte van kinderen moet worden vastgesteld, in de gevallen waarin de tabel van het Trema-rapport Kosten van kinderen geen duidelijkheid biedt. Dat is met name het geval als het netto gezinsinkomen aanmerkelijk hoger is dan € 3.500,- per maand. In EB februari 2003 stond de hoogte van de behoefte aan partneralimentatie centraal. De Rechtbank en het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch hadden voor de berekening van die behoefte een formule bedacht, die inmiddels door alle rechtbanken in het Hofressort ’s-Hertogenbosch wordt gebruikt en die ook door andere hoven en de Werkgroep Alimentatienormen wordt omarmd. Ik zette vraagtekens bij die formule, omdat die er in bijzondere gevallen toe kan leiden, dat de behoefte erg hoog oploopt. Ten aanzien van beide onderwerpen zijn er ontwikkelingen te melden.

Kinderalimentatie
De Werkgroep Alimentatienormen van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak heeft in overleg met het NIBUD een werkbaar systeem bedacht om de hoogte van kinderalimentatie vast te stellen. Dat gebeurt aan de hand van de tabel, die behoort bij het rapport Kosten van kinderen. Die tabel geeft, afhankelijk van de leeftijd van een kind, het aantal kinderen in het gezin en de hoogte van het netto gezinsinkomen, het bedrag aan dat in een specifiek geval aan kinderen wordt uitgegeven. De tabel is gebaseerd op onderzoeken van het CBS. Inmiddels wordt die tabel breed gebruikt voor de vaststelling van de hoogte van de behoefte aan kinderalimentatie.

Niet duidelijk was echter hoe de hoogte van de behoefte moest worden vastgesteld in die gevallen, waarin het netto gezinsinkomen beduidend hoger was dan € 3.500,- per maand. Sommige rechtbanken bleken de tabel lineair door te trekken, waardoor de behoefte aan kinderalimentatie op astronomisch hoge bedragen uitkwam. Die rechters meenden uit lineaire extrapolatie van de tabel te mogen afleiden, dat de behoefte van een kind ergens tussen de € 2.500,- en € 3.000,- per maand kon bedragen. Als de draagkracht van de alimentatieplichtige dan geen spaak in het wiel stak, werden dergelijke bedragen opgelegd. Ik stelde voor bij hoge netto inkomens de tabel lineair door te trekken tot zo’n € 5.000,- per maand en de behoefte af te leiden van het bedrag dat ervoor staat bij netto gezinsinkomens van € 5.000,- per maand. Mr. Natalie J.W.G. Simons, advocaat uit Arnhem, was het daar niet mee eens (zie EB mei 2003).

Het Gerechtshof in Den Haag achtte het bij beschikking van 28 mei 2003 (LJN nummer AF 9369 en EB december 2003 pagina 182 en 183) niet verantwoord om bij de vaststelling van de behoefte van de kinderen het eigen aandeel van ouders uit de tabel lineair door te trekken. In dat geval was sprake van een netto gezinsinkomen van fl. 15.000,- per maand. De moeder vroeg een kinderalimentatie van fl. 2.500,- per kind per maand. Het hof wees op het feit dat er geen onderzoek is geweest naar kosten van kinderen in een gezin met een aanzienlijk hoger netto gezinsinkomen dan € 3.500,- per maand. Als het gezinsinkomen hoger is dan dat bedrag, zal volgens het hof de behoefte van de kinderen niet meer kunnen worden afgeleid uit de tabel, behorende bij het rapport Kosten van kinderen, maar zal de behoefte van de kinderen aan de hand van justificatoire bescheiden moeten worden vastgesteld en aannemelijk gemaakt.

Ook het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft zich in die zin uitgelaten. Bij beschikking van 2 oktober 2003 (LJN nummer AM 3088) overwoog het hof dat de tabel "Eigen aandeel kosten van kinderen" niet voorziet in hoge gezinsinkomens, zoals die van partijen. Sprake was van een netto gezinsinkomen van € 5.500,- per maand. De man vond dat de behoefte van een kind moest worden vastgesteld op € 605,- per maand, zijnde de behoefte die blijkt bij een tabelinkomen van € 3.500,-. De vrouw vond dat de tabelbedragen lineair zou moeten worden doorgetrokken en kwam op een behoefte van € 935,- per maand. Het hof overwoog: "Uit de inhoud van het hierboven genoemde rapport blijkt niet dat de kosten van kinderen lineair dienen te worden geëxtrapoleerd bij overschrijding van de hoogste tabelinkomens (boven € 3.500,-). Gelet op het aanmerkelijk hogere netto gezinsinkomen van partijen (€ 5.500,- per maand) acht het hof het evenwel redelijk in enigermate uit te gaan van een opslag op het uit de tabel blijkende bedrag van € 605,- per maand. Het hof zal de behoefte van het 10-jarig kind in redelijkheid vaststellen op een bedrag van € 700,- per maand. De vrouw heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld op grond waarvan zou dienen te worden aangenomen dat het kind een hogere behoefte zou hebben dan het zojuist genoemde bedrag". Bij lineaire extrapolatie van de tabel wordt een behoefte van € 700,- gevonden bij een netto gezinsinkomen van € 4.000,-.

Het is uiteraard mogelijk dat de behoefte van kinderen in specifieke gevallen op een hoger bedrag moet worden vastgesteld dan uit de tabel blijkt. In die gevallen moet die behoefte aannemelijk wordt gemaakt. Bij een gezinsinkomen dat aanmerkelijk hoger ligt dan € 3.500,- per maand kan men niet (langer) blind varen op de uitkomsten van de tabel. Men moet er rekening mee houden dat de behoefte wordt vastgesteld op een bedrag, dat iets ligt boven het bedrag, dat behoort bij het tabelbedrag van € 3.500,-.


 

Advocaten:

»  mr. dr. L.H.M. (Louis) Zonnenberg

 

« terug