
Ouderschapsplan en zorgregeling
(29 maart 2005)
Op 1 juli 2004 heeft het Tweede Kamerlid Luchtenveld (VVD) een wetsvoorstel ingediend (Kamerstukken 2003/2004, 29 676), dat scheidende echtelieden verplicht als bijlage bij een scheidingsovereenkomst en bij een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding een ouderschapsplan over te leggen. Eén van de elementen van dat ouderschapsplan betreft de wijze waarop ouders vorm geven aan de zorg– en opvoedingsrelatie ten aanzien van de tot het gezin behorende kinderen (zorgregeling). Naar aanleiding van het advies van de Raad van State stuurde Luchtenveld op 7 december 2004 een gewijzigd wetsvoorstel naar de Kamer. Minister Donner heeft een ontwerp-wetsvoorstel "Bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding" opgesteld. Dat wetsvoorstel is voor advies naar de Raad van State gestuurd, zoals blijkt uit een persbericht van het Ministerie van Justitie d.d. 20 januari 2005. Dit voorstel, dat ook voorziet in een ouderschapsplan en een zorgregeling, zal hieronder worden besproken.
Recente historie
Minister Donner van Justitie heeft op 13 april 2004 in een brief aan de Tweede Kamer (29 520) zijn voorstellen gepresenteerd om de scheidings- en omgangsproblematiek te verbeteren. Myriam de Bruijn-Lückers schreef hierover in EB juli / augustus 2004 (pagina 99 t/m 103) onder de titel "Scheidings- en omgangsproblematiek. Het Tweede Kamerlid Ruud Luchtenveld (VVD) werd door die brief geïnspireerd en diende op 1 juli 2004 een (initiatief) wetsvoorstel bij de Tweede Kamer in onder de titel "Beëindiging huwelijk zonder rechterlijke tussenkomst en vormgeving voortgezet ouderschap". Over dat wetsvoorstel heeft Marja Vos geschreven in EB oktober 2004 onder de titel "Scheiden zonder rechter?" (EB 2004, pag. 142 t/m 144). De Raad van State bracht op 27 augustus 2004 advies uit over dat wetsvoorstel, waarna Luchtenveld op 7 december 2004 zijn reactie heeft aangeboden aan de voorzitter van de Tweede Kamer. Hierna zal ingegaan worden op de visie van de Raad van State en de reactie van Luchtenveld.
Inmiddels heeft ook Minister Donner een wetsvoorstel onder de titel "Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding" voor advies bij de Raad van State ingediend. Aan het veld (Raad voor de Rechtspraak, NVvR, NOvA, VFAS, Cliëntenplatform en de RSJ) is advies gevraagd over het concept-wetsvoorstel. Die adviezen zijn in dat concept verwerkt. Ook dat wetsvoorstel wordt hieronder nader besproken.
Ouderschapsplan
Met het op 20 januari 2005 gepresenteerde wetsvoorstel wil Minister Donner bevorderen dat ouders vroegtijdig nadenken over de invulling van het ouderschap na de scheiding. Hij acht het van belang dat de ouders hierover goede afspraken maken, opdat onnodige conflicten nadien worden voorkomen. Teneinde te bevorderen dat beide ouders zich bij de scheiding rekenschap geven van de gevolgen van die scheiding voor de kinderen en daadwerkelijk controleerbare afspraken maken over die gevolgen, stelt Minister Donner voor dat in het verzoek tot echtscheiding een ouderschapsplan wordt opgenomen. Artikel 815 Rv. zal daarvoor worden aangevuld met een nieuw lid 2, waarin staat:
"2. Het verzoekschrift bevat een ouderschapsplan ten aanzien van de minderjarige kinderen over wie de echtgenoten gezamenlijk of één van hen het gezag uitoefenen. In het ouderschapsplan worden in ieder geval afspraken opgenomen over:
a.
de wijze waarop de ouders de zorg- en opvoedingstaken, bedoeld in artikel 247,
verdelen of het recht en de verplichting tot omgang, bedoeld in artikel 377a,
eerste lid, vormgeven,
b. de wijze waarop de ouders elkaar informatie
verschaffen en raadplegen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot
de persoon en het vermogen van hun minderjarige kinderen,
c. de kosten van
de verzorging en opvoeding van hun kinderen,
3. Het verzoekschrift vermeldt over welke van de gevraagde voorzieningen overeenstemming is bereikt en over welke van de gevraagde voorzieningen een verschil van mening bestaat met de gronden daarvoor.
7. Indien het ouderschapsplan, bedoeld in het tweede lid, of de stukken, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a t/m c redelijkerwijs niet kunnen worden overgelegd, kan worden volstaan met overlegging van andere stukken of kan op andere wijze daarin worden voorzien, één en ander ter beoordeling van de rechter".
De verplichting om een ouderschapsplan over te leggen, wordt tevens voorgesteld bij de beëindiging van een geregistreerd partnerschap of een scheiding van tafel en bed. Indien de geregistreerde partners bij overeenkomst hun geregistreerd partnerschap beëindigen, zal die overeenkomst een ouderschapsplan dienen te bevatten. Nadat de Minister eerst de flitsscheiding de nek omdraait door de in artikel 1:77a lid 1 vervatte mogelijkheid om een huwelijk om te zetten in een geregistreerd partnerschap te schrappen, stelt hij vervolgens voor artikel 1:80d BW te wijzigen door een nieuw lid 2 in te voeren, dat luidt:
"2.
Onverminderd het eerste lid betreft de overeenkomst op straffe van nietigheid
een ouderschapsplan ten aanzien van de minderjarige kinderen over wie de
geregistreerde partners gezamenlijk, of één van hen, het gezag uitoefenen. In
het ouderschapsplan worden in ieder geval afspraken opgenomen over:
a, b, c:
(dezelfde afspraken als die zijn genoemd in artikel 815 lid 2 a t/m c)".
Opvallend is dat deze afspraken in de overeenkomst tot beëindiging van het geregistreerd partnerschap op straffe van nietigheid moeten worden opgenomen. Het verzoekschrift tot echtscheiding is daarentegen niet nietig zonder ouderschapsplan. Als het plan bij het verzoekschrift tot echtscheiding redelijkerwijs niet kan worden overgelegd, kan worden volstaan met overlegging van andere stukken of kan op andere wijze daarin worden voorzien, één en ander ter beoordeling van de rechter.
Het ouderschapsplan kan zowel in een eenzijdig als een gezamenlijk verzoek tot echtscheiding worden opgenomen. Ook kan zo’n plan als bijlage bij dat verzoekschrift worden gevoegd. Luchtenveld, die een procureurloze scheiding mogelijk wil maken door artikel 1:150 BW aanzienlijk te wijzigen, vindt dat een ouderschapsplan op straffe van nietigheid moet worden opgenomen in de overeenkomst tot scheiding.
Het is aan de ouders om te bepalen welke afspraken zij in het ouderschapsplan vastleggen. In de memorie van toelichting op het concept-wetsvoorstel verwijst Minister Donner naar het artikel van Cees van Leuven "Het gezamenlijk gezag van ouders na echtscheiding, een praktijkmodel", dat in EB oktober 1998 verscheen en waaruit blijkt dat een groot aantal punten van belang is om te bespreken, zoals kwesties rond de dagelijkse zorg voor de kinderen (waar verblijven de kinderen, eten en drinken, huisregels en dergelijke), school, sport, medische zorg, vakantie, bijzondere dagen (verjaardagen en dergelijke), financiën (beheer spaarrekeningen, bijdrage van de niet-verzorgende ouder), communicatie tussen de ouders (informeren en raadplegen) halen en brengen van de kinderen. Al die onderwerpen en wellicht nog vele andere kunnen in het ouderschapsplan worden geregeld. Dat is echter niet verplicht. Minister Donner heeft in artikel 815 lid 2 Rv de hierboven onder a t/m c genoemde onderwerpen opgenomen, waarover ouders in ieder geval afspraken moeten maken en vastleggen in het ouderschapsplan. Volgens Luchtenveld dient het ouderschapsplan minimaal aan dezelfde eisen te voldoen. Hij noemt nog een vierde afspraak, die in een ouderschapsplan moet worden opgenomen: de wijze van uitoefening van het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun kinderen. Luchtenveld geeft daarmee een extra lading aan dat ouderschapsplan. De zorgregeling, zoals Luchtenveld die voor ogen heeft en die "verstopt" wordt achter de woorden "wijze van uitoefening van gezamenlijk ouderlijk gezag", gaat ver. Hij wil effectueren dat ouders qua tijd evenveel zorg bieden. Daarop wordt hierna nader ingegaan.
Advocaten:
» mr. dr. L.H.M. (Louis) Zonnenberg









