
» Vastgoed / Projectontwikkeling
Gemeenten en bouwers kunnen voortaan afspraken maken over het afwentelen van de aansprakelijkheid voor planschadevergoedingen
(19 juli 2005)
Bouwers en projectontwikkelaars kunnen tegenwoordig afspraken maken met gemeenten dankzij de aangebrachte wijziging in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) in de vorm van een spoedwet artikel 49a.
Hiermee is het probleem opgelost voor de situatie die in 2003 ontstond na een
uitspraak van de Hoge Raad, het zogenoemde Nunspeet-arrest, zie Vastgoedbulletin
maart 2005. De Hoge Raad stelde dat overeenkomsten tussen gemeenten en bouwers
volgens de wet niet rechtsgeldig waren wegens strijd met de WRO. Op grond van
het nieuwe artikel 49a WRO hebben de bouwers c.q. projectontwikkelaars nu wel
een eigen beroepsrecht. Op 7 juni 2005 heeft de Eerste Kamer de spoedwet
planschade aanvaard. De gewijzigde wet treedt 22 juni 2005 in werking.
De
procedureregels voor de planschadevergoeding zelf zijn eveneens aangepast. De
twee nieuwe procedureregels treden op 1 september 2005 in werking. Het gaat
daarbij om een betalingsregeling en een verjaringstermijn. De verzoeker van een
planschadevergoeding moet voortaan een legesbedrag tussen de € 100,- en € 500,-
aan de gemeente betalen voordat zijn aanvraag in behandeling wordt genomen. De
bedragen variëren per gemeente. De aanvrager krijgt het bedrag terug indien zijn
planschadeverzoek wordt gehonoreerd. Het indienen van een verzoek tot
planschadevergoeding is voortaan aan een verjaringstermijn van 5 jaar
gebonden.
Advocaten:









