
Concurrentiebeding: onderzoeksplicht nieuwe werkgever
(8 februari 2007)
Een werkgever dient zich te realiseren dat een nieuwe werknemer een concurrentiebeding kan hebben ondertekend bij zijn vorige werkgever. Het is verstandig om tijdens de sollicitatieprocedure hiernaar te vragen.
Het Hof Amsterdam heeft een arrest gewezen in een zaak waarin een werkneemster
een concurrentiebeding had ondertekend voor de duur van een jaar na beƫindiging
van haar arbeidsovereenkomst. Aan dit concurrentiebeding was tevens een
contractuele boete verbonden. De werkneemster treedt na beƫindiging van haar
arbeidsovereenkomst in dienst bij een concurrent van haar oude werkgever. Haar
oude werkgever sommeert vervolgens de werkneemster niet in dienst te treden bij
haar nieuwe werkgever en sommeert de nieuwe werkgever om haar niet in dienst te
nemen. Tevens eist de werkgever de boete op van de werkneemster, welke boete de
werkneemster, onder protest, heeft voldaan.
De kantonrechter had in eerste aanleg geoordeeld dat het concurrentiebeding vijf maanden na uitdiensttreding bij de oude werkgever wordt geschorst. De kantonrechter had bovendien de nieuwe werkgever verboden gedurende deze periode de werkneemster in dienst te nemen. Het Hof heeft de matiging van de duur van het beding die de kantonrechter had bevolen gehandhaafd en heeft tevens de hoogte van de boete gematigd.
Het Hof is van mening dat ondanks dat de nieuwe werkgever stelt niet op de hoogte te zijn geweest van het concurrentiebeding, deze zich toch onzorgvuldig heeft gedragen ten opzichte van de oude werkgever. Vanwege het feit dat de nieuwe werkgever is aan te merken als een directe concurrent van de oude werkgever had de nieuwe werkgever zich moeten realiseren dat een dergelijk beding zou kunnen bestaan en had het op zijn weg gelegen om dit tijdens het sollicitatiegesprek aan de werkneemster te vragen. Door dit na te laten handelde de nieuwe werkgever volgens het Hof onrechtmatig jegens de oude werkgever. Het verbod aan de nieuwe werkgever om werkneemster in dienst te nemen voor een gelijke periode als het verbod voor de werkneemster om bij de nieuwe werkgever in dienst te treden werd daarom door het Hof gehandhaafd.
Wij raden daarom werkgevers aan om een nieuwe werknemer schriftelijk te laten verklaren dat er geen sprake is van een concurrentiebeding dat het in dienst treden in de weg zou kunnen staan. Dit kan in een aparte verklaring, maar kan tevens worden opgenomen in de arbeidsovereenkomst.
Advocaten:
» mr. M.P.M. (Monique) Hennekens









