
» Insolventierecht & Herstructurering
Risico persoonlijke aansprakelijkheid directie voor niet afgedragen pensioenpremies
(21 april 2008)
Het komt nogal eens voor dat op de lonen van werknemers ingehouden pensioenpremies door werkgevers niet direct of volledig worden afgedragen aan het pensioenfonds of de pensioenverzekeraar.
Een dergelijke situatie werd beoordeeld door de rechtbank Leeuwarden in haar
vonnis van 24 oktober 2007. De werknemers hadden gesteld dat de
directeur-grootaandeelhouder onrechtmatig jegens hen had gehandeld en hij op die
grond aansprakelijk was voor de door de werknemers geleden schaden, te weten de
door de vennootschap ingehouden maar niet afgedragen pensioenpremies. De
werknemers hadden daartoe gesteld dat de directeur wist dat deze premies niet
werden afgedragen, mede als gevolg van liquiditeitsproblemen waarin de
vennootschap verkeerde. Aanvankelijk had de directeur bovendien de indruk gewekt
dat de pensioenpremies wel werden afgedragen, althans had hij verzwegen dat er
in de afdracht een achterstand was ontstaan. In een later stadium heeft de
directeur tegenover de werknemers de ontstane betalingsachterstand erkend, maar
de werknemers ‘aan het lijntje gehouden’. Parallel aan het niet afdragen van de
premies werd wel voortgegaan met de inhouding van de betreffende premies op de
lonen.
De
rechtbank stelt voorop dat het niet afdragen van de ingehouden premies een
tekortkoming van de vennootschap in de nakoming van haar verbintenis uit de
arbeidsovereenkomsten met de werknemers heeft te gelden, zodat in de eerste
plaats de vennootschap jegens de werknemers gehouden is tot vergoeding van de
als gevolg daarvan door de werknemers geleden schade. Voorts overweegt de
rechtbank dat de bestuurder in persoon onder omstandigheden op grond van eigen
onrechtmatige daad aansprakelijk kan zijn jegens de werknemers indien en
voorzover deze terzake een voldoende ernstige persoonlijk verwijt treft. In dat
kader stelt de rechtbank in de eerste plaats vast dat de directeur van meet af
aan heeft geweten dat de ingehouden pensioenpremies niet (tijdig en volledig)
werden afgedragen aan een pensioenverzekeraar.
Vervolgens oordeelt de
rechtbank dat de directeur-grootaandeelhouder op grond van eigen onrechtmatig
handelen aansprakelijk is voor de door de werknemers geleden schade door niet in
te grijpen, terwijl hij er van op de hoogte was dat de ingehouden
pensioenpremies niet werden afgedragen aan de pensioenverzekeraar, waarbij de
werknemers zelf aan het lijntje werden gehouden. In plaats van in te grijpen
heeft de directeur-grootaandeelhouder ingehouden pensioenpremies, die
uitsluitend bestemd waren om de pensioenvoorzieningen van de werknemers veilig
te stellen, gedurende lange tijd voor een geheel ander doel gebruikt, te weten
voor de gewone bedrijfsvoering.
Het
verweer van de directeur dat hij er alles aan heeft gedaan om te komen tot een
oplossing in de financiële problemen van de vennootschap en dat het alleszins
tot de mogelijkheden heeft behoord dat de pensioenafspraken wel zouden worden
voldaan treft geen doel. De rechtbank overweegt dat indien deze omstandigheden
er al toe hadden geleid dat de pensioenpremies alsnog waren afgedragen ook dan
sprake was geweest van onrechtmatig handelen van de directeur, met dien
verstande dat in dat geval geen schade zou zijn geleden door de werknemers. Ook
het verweer van de directeur dat de werknemers op de hoogte waren van de
betalingsachterstand en de situatie feitelijk hebben aanvaard wordt verworpen.
Het enkele feit dat werknemers op de hoogte waren geraakt van de
betalingsachterstand en geen stappen hebben ondernomen om betaling af te dwingen
is onvoldoende om aan te nemen dat werknemers het risico hebben aanvaard dat
pensioenpremies niet zouden worden voldaan dan wel afstand hebben gedaan van hun
aanspraken.
De conclusie is dat de rechtbank de directeur in persoon veroordeeld tot betaling van de achterstallige pensioenpremies voor de 17 werknemers van de inmiddels gefailleerde vennootschap.
Moraal is dat dit aspect een permanent punt van aandacht van directie en accountants zou behoren te zijn. Indien op enig moment een betalingsachterstand in de afdracht van pensioenpremies ontstaat en die betalingsachterstand door liquiditeitsproblemen niet direct kan worden ingelopen is het verstandig het personeel niet alleen direct te informeren, maar ook met hen af te spreken dat zij zich met een met hen af te spreken betalingschema kunnen verenigen en zij voorzover nodig afstand doen van meerdere of andere aanspraken. In de situatie dat een bedrijf in moeilijken verkeert hebben de werknemers immers zelf ook een direct belang bij continuïteit van het bedrijf en kunnen zij daaraan op deze wijze zelf een bijdrage leveren. Tegelijkertijd moet dan bezien worden of de inhouding van premie – indien geen sprake is van een verplichte deelname in een bedrijfspensioenfonds – tijdelijk kan worden opgeschort teneinde een verder oplopen van de betreffende betalingsachterstand te voorkomen. Goede informatievoorziening aan de werknemers gevolgd door duidelijke afspraken met de werknemers zijn dus nodig om persoonlijke risico’s voor de directie te voorkomen.
Advocaten:









